Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

Gezondheid

Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Kwartsstof bij beladen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Niet de aanwezigheid van kwartshoudende materialen is het belangrijkste probleem, maar het inademen van kwartsstof dat vrijkomt. Kwartsstof komt voornamelijk vrij bij het storten van zand en de overslag van bouw- en sloopafval. In dit onderdeel zijn de maatregelen vermeld bij vrijkomen van kwartsstof in de buitenlucht tijdens de inzameling van bedrijfsafval. Het vrijkomen van kwartsstof uit bouw- en sloopafval is zeer beperkt omdat de inzameling hoofdzakelijk gebeurt met afzetcontainers en bigbags die op het voertuig worden neergezet en niet worden overgestort. Uit metingen blijkt dat de blootstelling aan kwartsstof tijdens de belading van bouw- en sloopafval zeer gering is, namelijk onder de detectiegrens (<1,22 µg/m³); de concentratie onder de detectiegrens is met de huidige methoden niet te meten. Alleen de wettelijk verplichte maatregelen zijn nodig om de stofconcentratie zo laag mogelijk te houden.

Kwartsstof is heel fijn stof, dat niet of nauwelijks te zien is. Kwartsstof bestaat uit hele kleine onoplosbare stofdeeltjes die diep in de longen terecht komen en daar bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Dat betekent dat iemand bij inspanning kortademig en benauwd wordt, gaat hoesten en last krijgt van pijn op de borst. Hoe meer stof iemand heeft ingeademd, hoe meer schade ontstaat. En die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat door ook al wordt de persoon niet meer blootgesteld aan kwartsstof. Het kwarts is dan namelijk nog in de longen aanwezig. Het verraderlijke is dat de meeste mensen in eerste instantie niet zoveel van merken; pas op latere leeftijd volgt kortademigheid en andere effecten van longaandoeningen.

Bronmaatregelen om het vrijkomen van kwartsstof bij de belading van bouw- en sloopafval te voorkomen, zijn niet of nauwelijks te realiseren. Desondanks blijft de blootstelling aan kwartsstof ver onder de norm. Bij het ontstaan van kwartsstof bij puinbreekinstallaties en kwartsstof in hallen is het nemen van aanvullende maatregelen vaak wel noodzakelijk.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Kwartsstof bij puinbreekinstallaties

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Niet de aanwezigheid van kwartshoudende materialen is het belangrijkste probleem, maar het inademen van kwartsstof dat vrijkomt. Het puin dat bij puinbrekers wordt geboden bestaat voornamelijk uit baksteen, cement en beton. In deze materialen komt kwarts voor dat door bewerking in stofvorm kan vrijkomen.

Kwartsstof bestaat uit hele kleine onoplosbare stofdeeltjes die diep in de longen terecht komen en daar bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Dat betekent dat iemand bij inspanning kortademig en benauwd wordt, gaat hoesten en last krijgt van pijn op de borst. Hoe meer stof iemand heeft ingeademd, hoe meer schade ontstaat. En die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat door ook al wordt de persoon niet meer blootgesteld aan kwartsstof. Het kwarts is dan namelijk nog in de longen aanwezig. Het verraderlijke is dat de meeste mensen in eerste instantie niet zoveel van merken; pas op latere leeftijd volgt kortademigheid en andere effecten van longaandoeningen.

Kwartsstof staat op de lijst van kankerverwekkende stoffen waarbij de kans op blootstelling tot het absolute minimum moet worden teruggebracht. Dat betekent nulblootstelling daar waar dit technisch uitvoerbaar is. De wet spreekt van ‘een zo laag mogelijk niveau onder de grenswaarde’. De wettelijke grenswaarde is 0,075 mg/m3 waarboven geen blootstelling mag plaatsvinden.

Brekers zijn wettelijk verplicht na te gaan of en in welke mate medewerkers aan kwartsstof blootgesteld worden – of kunnen worden - en moeten passende maatregelen treffen in lijn met het streven om tot nulblootstelling te komen.

Het nemen van maatregelen aan de bron is niet eenvoudig, maar het vochtig houden en besproeien van materialen en het terrein werkt doeltreffend om de concentratie kwartsstof in de lucht laag te houden. Het nemen van maatregelen moet conform de arbeidshygiënische strategie gebeuren, waarbij achtereenvolgens bronaanpak, het inzetten van collectieve maatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen als tijdelijke maatregel het uitgangspunt vormen.

Mogelijke technische maatregelen om stofvorming (emissie) van kwartsstof te minimaliseren zijn:

  • sproeien van water in de brekermond

  • sproeien van water op overslagpunt van puin/granulaat

  • vernevelen van water op de brekerinstallatie

  • bevochtigen van het terrein

  • bevochtigen van binnengekomen puin

  • windzifting van productstromen met filterinstallatie op afgevangen luchtstroom

  • stofafzuiging

Rijdend materieel rondom de brekerinstallatie moet voorzien zijn van een overdrukcabine met unit stoffilters.

Mogelijke organisatorische maatregelen bij buitenwerkzaamheden aan en rond de puinbreker om blootstelling te minimaliseren zijn:

  • minimaliseren van arbeidsduur

  • bovenwinds (met de rug in de wind) werken

  • operatorruimte inrichten als cabine met toevoer van verse lucht

  • toepassen van cabine met toevoer van verse lucht bij handpicking aan de uitvoerband

  • gebruiken van adembescherming met P3 filter

Bij een puinbreekinstallatie die in een hal is opgesteld, wordt het risico kwartsstof in hallen toegepast.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Brekerbedrijven treffen de maatregelen die op de bedrijfsvoering van de puinbreker zijn toegespitst. De maatregelen dienen te zijn gericht op verdere minimalisering van de blootstelling onder de grenswaarde en op nulblootstelling in de – nabije – toekomst.

Goedgekeurd door Inspectie SZW

Kwartsstof op stortplaats

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Niet de aanwezigheid van kwartshoudende materialen is het belangrijkste probleem, maar het inademen van kwartsstof dat vrijkomt. Kwartsstof komt voornamelijk vrij bij het storten van zand en de overslag van bouw- en sloopafval. In dit onderdeel zijn de maatregelen vermeld in het geval van vrijkomen van kwartsstof op de stortplaats. Bij het ontstaan van kwartsstof bij puinbreekinstallaties en kwartsstof in hallen zijn andere maatregelen belangrijk dan bij kwartsstof in de buitenlucht.

Bronmaatregelen om het vrijkomen van kwartsstof in de branche te voorkomen, zijn niet of nauwelijks te realiseren. Het bevochten van het buitenterrein van stortplaatsen is een effectieve maatregel om stofverspreiding naar de omgeving te vermijden en daarmee de concentratie kwartsstof in de ademlucht te beperken. Op stortplaatsen wordt over het algemeen gewerkt op voertuigen met een overdrukcabine waardoor de blootstelling aan kwartsstof onder de grenswaarde blijft.

Kwartsstof is heel fijn stof, dat niet of nauwelijks te zien is. Kwartsstof bestaat uit hele kleine onoplosbare stofdeeltjes die diep in de longen terecht komen en daar bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Dat betekent dat iemand bij inspanning kortademig en benauwd wordt, gaat hoesten en last krijgt van pijn op de borst. Hoe meer stof iemand heeft ingeademd, hoe meer schade ontstaat. En die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat door ook al wordt de persoon niet meer blootgesteld aan kwartsstof. Het kwarts is dan namelijk nog in de longen aanwezig. Het verraderlijke is dat de meeste mensen in eerste instantie niet zoveel van merken; pas op latere leeftijd volgt kortademigheid en andere effecten van longaandoeningen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Taken en verantwoordelijkheden

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Doel

Het doel van dit document is het vastleggen van de taken en verantwoordelijkheden bij het uitvoeren van het veiligheidsbeleid van de organisatie. Bij het nemen van maatregelen is er specifiek aandacht voor gebrek aan taalbeheersing bij laaggeletterden en anderstaligen en voor de veiligheid van uitzendkrachten en vrijwilligers.

Welke groepen zijn er op een bedrijfsterrein?

De groepen zijn:

  1. Eigen personeel en stagiairs (vast en tijdelijk)
  2. Mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI)
  3. Uitzendkrachten
  4. Opdrachtnemers (aannemers)
  5. Vervoerders (vervoerders met VIHB registratieplicht, beroepsvervoerders en eigen vervoerders)
  6. Vrijwilligers
  7. Bezoekers (aanwezigen zonder werktaak)
Beschrijving van het risico 

Wie is verantwoordelijk voor veiligheid?

Vooraf moet worden opgemerkt dat de verantwoordelijk voor veiligheid juridisch behoorlijk gecompliceerd is. In onderstaande tekst wordt getracht in begrijpelijke taal een samenvatting van de wettelijke regels te geven. Dit betekent dat de tekst niet volledig is en nuanceringen zijn weggelaten. In de praktijk is er veel verwarring over de juiste interpretatie van de regels binnen bedrijven, al geven gerechtelijke uitspraken (jurisprudentie) veel houvast. Het verdient aanbeveling om bedrijfsjurist of externe jurist te raadplegen bij het opstellen van veiligheidsregels in het bedrijf en het houden van toezicht op de naleving ervan.

Verantwoordelijkheid werkgever

Uitgangspunt is dat iedere werkgever verantwoordelijk is voor de veiligheid van zijn eigen werknemers en van personen die onder zijn gezag werken zoals ingeleend personeel. Het afvalbedrijf (de inrichting) is verantwoordelijk voor de veiligheid en de gezondheid van de mensen die op het bedrijfsterrein komen en werken. Het gaat daarbij niet alleen om het eigen (ingehuurde) personeel en opdrachtnemers, maar ook om de veiligheid en gezondheid van bezoekende vervoerders en derden die geen werkzaamheden verrichten.

De werkgever van het afvalbedrijf is verantwoordelijk voor de veiligheid van het eigen personeel en stagiairs. Het afvalbedrijf is ook verantwoordelijk voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI) die als onderdeel van een aanbesteding of overeenkomst verplicht worden ingehuurd of in dienst genomen zoals bijstandgerechtigden en reïntegrerende werknemers. Dit betekent ondermeer zorg voor een veilige werkomgeving en werkplek en de veilige uitvoering van de werkzaamheden waaronder de arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen die gebruikt worden.

Opdrachtgever

Het afvalbedrijf in de rol van opdrachtgever heeft de wettelijke verplichting om bij het verstrekken van de opdracht (aanbesteding) vast te stellen welke veiligheids- en gezondheidsaspecten van belang zijn bij de uitvoering van de werkzaamheden. De inlenende werkgever (opdrachtgever) is de primair verantwoordelijke partij voor het waarborgen van de veiligheid en de gezondheid van uitzendkrachten die onder zijn toezicht en leiding arbeid verrichten, ook al heeft betrokkene een arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau (opdrachtnemer) dat verantwoordelijk is voor het selecteren, begeleiden en inzetten van betrokkene(n) voor het werk bij de inlenende partij. Opdrachtgever kan bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor het verzorgen van een algemene opleiding en het beschikbaar stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen bij het uitzendbureau leggen mits schriftelijk overeengekomen.

Opdrachtnemer

Opdrachtnemers zijn bedrijven die voor bepaalde werkzaamheden (de opdracht) worden ingehuurd. Opdrachtnemers zijn bijvoorbeeld aannemers (contractors), onderaannemers (subcontractors), en ZZP-ers. De werknemers van een externe partij (opdrachtnemer) werken onder het gezag van de opdrachtnemende werkgever. De laatste is primair verantwoordelijk voor het borgen van de veiligheid en gezondheid van de werknemers die onder zijn gezag werken.

Hoewel ZZP-ers (zelfstandige opdrachtnemers) niet onder het gezag van de opdrachtgever vallen, geldt dat zij voor de arboregels (vrijwel) gelijk gesteld worden aan het eigen personeel, zeker als de opdracht in samenwerking met de eigen werknemers van de opdrachtgever wordt uitgevoerd.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever en opdrachtnemer. Zo moet de opdrachtgever bijvoorbeeld zorgen voor een veilige werkomgeving (door risicoanalyse en adequate beheersmaatregelen) en de geldende veiligheidsregels binnen zijn inrichting in een aantoonbare afspraak (contract/overeenkomst) met de opdrachtnemer vastleggen. De opdrachtnemer is zelf verantwoordelijk voor de arbeidsmiddelen die ze meenemen en inzetten (keuringen, ontwerpeisen als machinerichtlijn, bijhorende opleidingen van zijn werknemers en het houden van toezicht). In geval van een incident zal Inspectie SZW altijd de feitelijke situatie onderzoeken en nagaan of zowel de opdrachtnemer (de werkgever van een slachtoffer) als de opdrachtgever hun verplichtingen hebben nageleefd.

Overige rollen

Als er op of buiten het bedrijfsterrein van het afvalbedrijf meerdere werkgevers leiding aan werkzaamheden geven, dan dient de opdrachtgever – dus het afvalbedrijf, altijd vooraf met de opdrachtnemer(s) af te spreken en (contractueel) vast te leggen wie voor welke veiligheidsaspecten verantwoordelijk is.

Vervoerders

Vervoerders werken niet in opdracht van afvalbedrijven, maar voeren wel werkzaamheden met en aan hun voertuig uit op diens locatie. Het afvalbedrijf dient huisregels voor de veiligheid op het bedrijfsterrein op te stellen, deze duidelijk en eenduidig kenbaar te maken en toezicht te houden op de naleving ervan. Onder huisregels vallen bijvoorbeeld verkeersregels, scheiding van zones en veiligheidssignaleringen die eenduidig en duidelijk zijn aangebracht op voor chauffeurs en bezoekers goed zichtbare plaatsen; pictogrammen hebben de voorkeur boven tekst vanwege taalbarrières. Deze groep bestaat uit vervoerders die vallen onder de registratieplicht VIHB en vervoerders die vallen onder de Wet Wegvervoer Goederen (beroepsvervoerder en eigen vervoerder).

Vrijwilligers

Soms worden vrijwilligers ingezet bij de inzameling van oudpapier. Een inzamelbedrijf is daarbij niet slechts faciliterend door het ter beschikking stellen van een inzamelvoertuig met chauffeur, maar heeft als opdrachtgever de verantwoordelijkheid voor ondermeer het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen, en de instructie bij en het houden van toezicht op de veiligheid bij de papierinzameling.

Bezoekers

Voor de veiligheid van bezoekers is het afvalbedrijf, de eigenaar of gebruiker van het bedrijfsterrein, verantwoordelijk.

Veiligheid en communicatie

Het niet voldoende begrijpen van mondelinge en schriftelijke veiligheidscommunicatie zoals regels, geboden en verboden leidt tot miscommunicatie, mogelijk met een ongeval tot gevolg. Voorbeelden van communicatie over veiligheid zijn:

  • trainingen en onderricht
  • instructies, werkoverleg en toolboxmeetings tijdens het werk
  • mondelinge instructies en veiligheidswaarschuwingen op het werk die betrokkene zelf onvoldoende kan geven aan een ander of niet goed kan begrijpen van een ander
  • veiligheidsdocumentatie zoals bedrijfsregels, terreinregels, instructiefilm, laad- en losinstructies, noodprocedure bij calamiteit/alarm/ongeval/ontruiming
  • pictogrammen zoals op waarschuwingsborden en in bedieningsfuncties
  • specifieke instructies, gebruikshandleidingen, procedures en dergelijke
  • communicatie bij een dreigend incident of calamiteit

Taaleis bij gereglementeerde beroepen

Voorbeelden van gereglementeerde beroepen zijn asbestverwijderaar, machinist mobiele bouwkraan (art. 7.32 Arbobesluit) en veiligheidskundige. Voor het uitoefenen van gereglementeerde beroepen, met name beroepen waarvoor een certificaat nodig is, geldt een wettelijke taaleis. Certificaathouders moeten de Nederlandse taal beheersen. Indien een groep samenwerkende mensen onderling in een andere taal begrijpelijk communiceert, is dat toegestaan. Ook bij functies waarin werkzaamheden met gevaarlijk afval worden verricht zoals het inzamelen van chemisch afval (bij bedrijven, de Milieustraat en chemokar), is aandacht voor voldoende taalbeheersing vereist.

Extreme weersomstandigheden

Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. Voorbeelden zijn hevige wind en windstoten met stormkracht, gladheid door sneeuw en ijzel, tropische temperaturen tijdens de zomermaanden en onweer met zware regenbuien. Het weer beïnvloedt direct het werk in de afvalbranche, maar er kunnen heel grote verschillen tussen de regio’s in Nederland optreden. Dat maakt dat het beoordelen van de lokale weersomstandigheden alleen ter plekke kan worden gedaan. De actuele weersomstandigheden per regio zijn op het internet en via de radio uitstekend te volgen, met name als er sprake is van een weeralarm.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Teerhoudend asfalt

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In Nederland mag teerhoudend asfalt alleen thermisch worden gereinigd; andere vormen van bewerking en verwerking zijn niet toegestaan. Bij thermische reiniging worden de organische componenten (PAK = polycyclische aromatische koolwaterstoffen) van het asfalt verbrand, waardoor het eindproduct bestaat uit zand en grind, steenslag en vulstof. De verwerkende bedrijven hanteren een procedure voor het accepteren van teerhoudend en ander (teervrij) asfalt. Bij de opslag van teerhoudend asfalt is geen stofblootstelling of blootstelling aan PAK; zie Opslaan van teerhoudend asfalt.

Thermische reiniging bestaat uit twee processtappen, te weten: 1) het breken van teerhoudend asfalt, en 2) het verwarmen van het gebroken materiaal in de gesloten reinigingsinstallatie, waarbij de vluchtige verbindingen (PAK) verbranden.

Thermische reiniging

Het breken van teerhoudend asfalt vindt plaats in de buitenlucht. Vóór het breken van teerhoudend asfalt is het verplicht om het materiaal vochtig te maken om stofvorming te voorkomen. Er is dus geen stofblootstelling van de medewerker. Ook is er geen blootstelling aan PAK, omdat PAK in teerhoudend asfalt vaste verbindingen zijn die tot een temperatuur van circa 30 °C niet vluchtig zijn en dus niet worden ingeademd. PAK zijn vluchtig vanaf ongeveer 60 °C en komen alleen vrij bij het verhitten van teerhoudend asfalt. Het verhitten gebeurt in een gesloten reinigingsinstallatie. Deze installatie bestaat uit een inputunit voor teerhoudend asfalt, een roterende trommel/verbrandingsinstallatie, een outputunit voor gereinigd materiaal en een rookgasreinigingsinstallatie met schoorsteen. Bij het thermisch reinigingsproces wordt met een krachtige afzuiging, een zogenaamde IDFAN, direct voor de schoorsteen lucht van buiten de verbrandingsinstallatie ingetrokken. Daardoor staat de complete reiniging op onderdruk en is er voor de medewerkers geen gevaar op blootstelling aan PAK. Het eindproduct is teervrij granulaat omdat alle PAK is verbrand.

Onderhoud

Bij het uitvoeren van onderhoud of reparatie aan de installatie is vanwege direct huidcontact wel blootstelling aan PAK mogelijk. De handelingen waarbij de kans op blootstelling aan PAK te verwachten is, dienen in de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf te worden opgenomen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen onderhoud aan enerzijds de asfaltbreker en anderzijds de reinigingsinstallatie.

Bij het onderhoud aan de asfaltbreker dragen de medewerkers persoonlijke beschermingsmiddelen, namelijk P3 adembescherming, beschermende werkkleding, werkhandschoenen en veiligheidsschoenen.

Bij het onderhoud aan de reinigingsinstallatie wordt soms in de trommel van de thermische reinigingsinstallatie gewerkt. In dat geval geldt het onderdeel Werken in de trommel thermische reiniging, omdat het een besloten ruimte is.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Zie ook risico Werken in trommel thermische reiniging
  • Zie digitaal boek met Euralcodes voor afvalstromen
  • Website van de SER over polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)
  • Publicatie over BaP en PAH [benzo(a)pyreen en PAK], Gezondheidsraad, rapport nr. 2OO6/01OSH [waarin focus op koolteer uit het verbrandingsproces van steenkool] in het engels; PAH staat voor polycyclic aromatic hydrocarbons; Citation: Health Council of the Netherlands. BaP and PAH from coal-derived sources; Health-based calculated occupational cancer risk values of benzo[a]pyrene and unsubstituted non-heterocyclic polycyclic aromatic hydrocarbons from coal-derived sources. The Hague: ISBN 90-5549-588-3
Beschrijving van het risico 

Een van de risico's die men loopt bij het inzamelen van afval is dat de inzamelaar onverwacht in aanraking komt met klein chemisch afval (KCA afkomstig van bedrijven) of klein gevaarlijk afval (KGA afkomstig van huishoudens) dat, al dan niet onbedoeld, in het afval terecht is gekomen. Het risico is afhankelijk van de eigenschappen van het KCA/KGA, op welke wijze het is verpakt, in hoeverre het KCA/KGA als zodanig herkend wordt, correcte verpakkingsgegevens en/of etiketgegevens aanwezig zijn en de noodzakelijke maatregelen worden getroffen na het in aanraking komen met het afval.

Het huishoudelijk gevaarlijk afval (KGA) wordt huis-aan-huis, de chemokart of via de milieustraat apart ingezameld om te voorkomen dat het op straat komt te staan, waar het ook bijvoorbeeld voor kinderen bereikbaar is. Tevens geeft dit de begeleider de mogelijkheid onderscheid te maken tussen huishoudelijk gevaarlijk afval en ander afval dat niet bij de chemokar moet worden ingeleverd. Ook kleine hoeveelheden gevaarlijk afval dat vrijkomt bij bedrijven wordt apart ingezameld.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Gevaarlijk afval (algemeen)

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Inspectie SZW toetst het onderdeel Transport van gevaarlijk afval niet omdat het geen arboregelgeving betreft maar RDW-eisen.

Beschrijving van het risico 

Inzamelen

Gevaarlijke afvalstoffen zijn bij bedrijven opgeslagen in een opslag die voldoet aan de PGS-richtlijnen bijvoorbeeld PGS 15 voor verpakte stoffen. Het afval moet uit deze opslag in het inzamelvoertuig komen. Bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen. Bij de verwerker moeten de afvalstoffen weer gelost worden uit het voertuig naar een opslag of rechtstreeks in de installatie. Ook bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen.

Milieustraat / KCA depot

Gevaarlijke afvalstoffen behoren in het KCA/KGA depot opgeslagen te zijn in een opslag die voldoet aan de PGS-richtlijnen, met name PGS 15 voor verpakte gevaarlijke stoffen. Het afval moet uit de opslag in het transportvoertuig geladen worden. Bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen.

Bewerken

Afhankelijk van de be-/verwerker worden afvalstoffen op de locatie uit de verpakkingen gehaald of verpompt. Bij een aantal processen worden ze nog verwarmd. Bij al deze processen is het mogelijk dat gevaarlijke stoffen vrijkomen waar de medewerkers aan worden blootgesteld.

Gevaarlijk afval wordt op diverse manieren bewerkt. Hierbij moet worden gedacht aan:

  • destillatie
  • chemische/fysische scheiding
  • opbulken
  • overpakken naar grotere of kleinere verpakking
  • drogen, persen, centrifugeren en dergelijke
  • verkleinen door middel van shredder

Storten

Aangeboden stortmateriaal moet voldoen aan acceptatiecriteria. Daarover worden in het algemeen voorafgaand aan aanvoer op de stortplaats afspraken gemaakt. Echter, in het aanbod kan altijd sprake zijn van onverwachte zaken die gevaarlijk of schadelijk kunnen zijn of risico’s met zich mee kunnen brengen. Hierbij gaat het voornamelijk om gevaarlijke stoffen, stofvorming en gassen en dampen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Minerale vezels

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Er zijn twee groepen minerale vezels, namelijk 1) de vezels die van nature voorkomen zoals de verschillende soorten asbest en 2) de vezels die de mens maakt uit minerale grondstoffen zoals gesteenten, in het Engels de zogenoemde man-made-mineral-fibers (MMMF). De risico's van asbestvezels zijn elders uitgebreid behandeld en hieronder komen alleen de risico's van de niet-natuurlijke minerale vezels aan de orde.

Minerale wolvezels komen vrij bij het bewerken van materiaal zoals glaswol, steenwol en superfijne glasvezels. Deze vezels kunnen op de huid of in de ogen komen. Ze kunnen ook worden ingeademd. De belangrijkste klachten die na aanraking met minerale vezels zoals steenwol en glaswol kunnen voorkomen zijn:

  • Huidirritatie: de irritatie ontstaat door minuscule wondjes doordat vezels in de huid prikken. Daardoor wordt de huid gevoeliger voor infecties en chemicaliën waarmee de huid in aanraking komt. In eerste instantie ontstaat (soms heftige) jeuk. Die jeuk is meestal de volgende dag weer verdwenen.
  • Irritatie van de ogen; door in de ogen te wrijven nemen de klachten toe.
  • Irritatie van de luchtwegen en de longen.

Sommige minerale vezels zoals keramische vezels, hebben kankerverwekkende eigenschappen.

Ook asbest bestaat uit kankerverwekkende minerale vezels waarvan de risico's elders in de arbocatalogus uitgebreid zijn beschreven; zie het risico Asbesthoudend afval.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Kwartsstof in hallen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Van alle soorten stof is kwartsstof het meest schadelijk. Kwarts is siliciumdioxide [CAS-nummer 14808-60-7] en zit in zand en in de meeste natuurlijke gesteenten. Veel bouwmaterialen bevatten kwarts en het zit dus ook in puin en bouw- en sloopafval (BSA). Kwartsstof kan vrijkomen bij de overslag, de opslag en het sorteren van bouw- en sloopafval. We noemen materiaal kwartshoudend als het voor meer dan 1,5% kwarts bevat. Het kwartsgehalte verschilt per soort (natuur)steen of samengesteld bouwmateriaal. Voorbeelden van materialen met een hoog kwartsgehalte zijn zandsteen (50%-90%), kalkzandsteen (30%-83%), beton en specie (25%-70%), cellenbeton (12%-44%), betonsteen (23%-40%) en baksteen (tot 30%). Hoe hoger het kwartsgehalte van het materiaal, hoe meer kwartsstof vrij kan komen.

Kwartsstof is heel fijn stof, dat niet of nauwelijks te zien is. Niet de aanwezigheid van kwartshoudende materialen is het belangrijkste probleem, maar het inademen van kwartsstof dat vrijkomt. Kwartsstof komt voornamelijk vrij bij het storten van zand, de overslag van afval, het vegen van vloeren en bij de mechanische bewerking zoals het sorteren en breken van bouw- en sloopafval en puin.

Bronmaatregelen om het vrijkomen van kwartsstof in de branche te voorkomen, zijn niet te realiseren. Toch zijn er methoden om de blootstelling aan kwartsstof te minimaliseren. Een simpele maatregel in werkruimten is het vermijden van vegen van de vloeren. Het bevochten van het buitenterrein van bijvoorbeeld opslagen en stortplaatsen is een effectieve maatregel om stofverspreiding te vermijden, ook bij de latere verwerking in hallen. Bij het sorteren en het verwerken van bouw- en sloopafval is het bevochtigen van het materiaal een adequate maatregel.

Kwartsstof bestaat uit hele kleine onoplosbare stofdeeltjes die diep in de longen terecht komen en daar bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Dat betekent dat iemand bij inspanning kortademig en benauwd wordt, gaat hoesten en last krijgt van pijn op de borst. Hoe meer stof iemand heeft ingeademd, hoe meer schade ontstaat. En die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat door ook al wordt de persoon niet meer blootgesteld aan kwartsstof. Het kwarts is dan namelijk nog in de longen aanwezig. Het verraderlijke is dat de meeste mensen in eerste instantie niet zoveel van merken; pas op latere leeftijd volgt kortademigheid en andere effecten van longaandoeningen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

(half)donkere composteerhallen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Hallen voor gft-compostering hebben vaak weinig verlichting. Daar het uitgangspunt is dat medewerkers zo weinig mogelijk in de hallen aanwezig zijn, is dit meestal niet van belang. Indien toch werkzaamheden nodig zijn, bijvoorbeeld bij onderhoud, reparaties en storingen, moet de werkplek zodanig verlicht zijn dat medewerkers zonder gevaar de werkzaamheden kunnen doen, bijvoorbeeld door het aanbrengen van tijdelijke verlichting. De verlichting moet zo zijn aangebracht dat er geen gevaar voor ongevallen is.

Bij onvoldoende verlichting ontstaat er risico op struikelen, stoten, onveilige situaties en ongevallen, omdat de werkplek en de omgeving niet goed zichtbaar is.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 6.3 Arbobesluit inzake Daglicht en kunstlicht
  • Artikel 3.9 Arbobesluit inzake Noodverlichting

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Normblad NEN-EN 12464-1:2003 nl Licht en verlichting - Werkplekverlichting - Deel 1: Werkplekken binnen.
  • Normblad NEN-EN 12464-2:2007 en Licht en verlichting - Werkplekverlichting - Deel 2: Werkplekken buiten.

Pagina's

Abonneren op RSS - Gezondheid