Er zijn voorzieningen getroffen zodat er direct en adequaat hulpverlenend door bijvoorbeeld de leidinggevende of een bedrijfshulpverlener kan worden ingegrepen bij een calamiteit, incident, ongeval of bijna-ongeval. Iedere medewerker kan bijvoorbeeld telefonisch de bedrijfshulpverlening inschakelen. En er is voor directe bereikbaarheid gezorgd, zowel voor externe als interne hulpverleners. In sommige situaties is een brandmeldsysteem nodig waarmee een brand handmatig of zelfs automatisch wordt gemeld.
De wetgeving stelt eisen aan de vluchtwegen en nooduitgangen en ook deze altijd te openen zijn en vrij van obstakels. Voor het geval hulpverlening in het gebouw noodzakelijk is, zijn de voorgeschreven reddingsborden geplaatst. Noodverlichting is niet in elk gebouw verplicht maar wel als werknemers aan bijzondere gevaren worden blootgesteld indien het kunstlicht uitvalt. Afhankelijk van de resultaten van de risico-inventarisatie en – evaluatie moet een bedrijf aanvullende voorzieningen en middelen beschikbaar hebben voor de bedrijfshulpverlening.
Het bedrijf heeft minimaal de volgende middelen beschikbaar voor het uitvoeren van de bedrijfshulpverlening:
-
EHBO-koffer
In elk bedrijf moet een goed voorziene EHBO-koffer (bijvoorbeeld type B of type A) aanwezig zijn. Op elk werk en in de hieronder aangegeven situaties moeten EHBO-middelen, afgestemd op de gevaren en de risico's zoals vermeld in de RI&E van de afdeling/locatie, ter beschikking staan. -
Indien de kans bestaat dat er iets - zoals chemicaliën of stof - in het oog terecht komt, moet een voorziening beschikbaar zijn om het oog uit te spoelen. Een verwarmde oogdouche verdient de voorkeur en een oogspoelfles [63] is in veel gevallen doeltreffend.
-
Brandblusmiddelen
Het aantal, het soort en de plaats van blusmiddelen in het bedrijf moeten minimaal voldoen aan de wettelijke eisen. Deze blusmiddelen moeten regelmatig worden gecontroleerd en gekeurd. -
Reddingsmiddel
Bij moeilijk te betreden locaties, zoals een verdiepte afvalbunker, zijn middelen noodzakelijk om eventuele slachtoffers te redden. Een voorbeeld van zo'n middel is een reddingsladder.
Als in geval van een brand in de rook gewerkt moet worden (zoals het redden van een slachtoffer) en uit gasmetingen blijkt dat er gevaar bestaat voor het inademen van schadelijke gassen en dampen, dan mag de betreffende ruimte uitsluitend door opgeleide en getrainde ademluchtdragers met onafhankelijke ademlucht zoals brandweer worden betreden.
Bij gevaar voor brand en explosie
Het bedrijf heeft voldoende brandbestrijdingsmiddelen in geval van een verhoogd risico op brand en/of explosiegevaar zoals bij opslag van organische oplosmiddelen, productie van biogas en aanwezigheid van stortgas. Voor bedrijven met verhoogd risico op brand kunnen in de vergunning aanvullende voorschriften zijn opgenomen, bijvoorbeeld een zelfblussend systeem dat automatisch in werking treedt zoals een schuimblus- of sprinklerinstallatie. Enkele bedrijven in de afvalbranche beschikken over een eigen bedrijfsbrandweer.
Door het ontstaan van stortgas in stortafval kunnen er (ongecontroleerde) branden ontstaan op de storthoop. Eenmaal brandend stortgas is moeilijk uit te krijgen. Het hebben van een eigen brandweer op het stortterrein is een belangrijke oplossing om een (ongecontroleerde) brand van stortgas snel te doven. Alternatief voor een eigen brandweer zijn getrainde medewerkers, die op de hoogte en op een juiste wijze geïnstrueerd zijn op welke manier een stortbrand dient te worden bestreden.
De voorzieningen voor bedrijfshulpverlening zijn nodig om adequate en effectieve hulp te bieden en deze te kunnen inschakelen. Omdat het veelal gaat om hulpmiddelen is deze oplossing ingedeeld bij technische maatregelen.
- Zie ook Organiseren bedrijfshulpverlening
- Zie ook Opstellen bhv-plan
Arbeidsomstandighedenwet
-
Artikel 15 Arbowet inzake Deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening
Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling
- Paragraaf 3 van Hoofdstuk 3 Arbobesluit inzake Voorzieningen in noodsituaties
- Artikel 8.10 Arboregeling inzake Soorten borden
- Bijlage XVIII [70] van art. 8.10 Arboregeling inzake Reddingsborden

