Om voetletsel te voorkomen moeten werknemers veiligheidsschoenen met ondoordringbare tussenzool (type S3) dragen. Veiligheidsschoeisel moet zodanig zijn, dat geen nieuwe gevaren zoals struikelgevaar worden gecreëerd. De werkgever stelt het verplicht gestelde veiligheidsschoeisel beschikbaar. De werknemers gebruiken de beschikbaar gestelde schoenen of laarzen op de plaatsen waar dit in het bedrijf is aangegeven door het gebodsbord of verplicht is volgens de werkinstructie. Het bedrijf zorgt voor het onderhoud en, indien nodig, de reparatie en de reiniging van veiligheidsmiddelen en vervangt deze zodra dat noodzakelijk is.

Veiligheidsschoeisel moet voeten adequate bescherming tegen letsel bieden.
Neem voor nader advies contact op met de preventiemedewerker van het bedrijf of met de leverancier van persoonlijke beschermingsmiddelen.
-
Hoofdstuk 8, Afdeling 1 Arbobesluit inzake Persoonlijke beschermingsmiddelen
-
NEN-EN-ISO 20345:2022 en. Persoonlijke beschermingsmiddelen - Veiligheidsschoeisel

