Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Gebruiken gehoorbescherming

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Maatregel naar plaats in de Arbeidshygiënische Strategie: 
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Beschrijving van de maatregel 

Het geluidsniveau van 80 dB(A) wordt in de Arbowet de schadelijkheidsgrens genoemd. Bij deze en hogere niveaus moet de werkgever in aantal voldoende en qua demping geschikte gehoorbeschermingsmiddelen aan de medewerker(s) ter beschikking stellen. Bij een dagdosis van 85 dB(A) en hoger is de werknemer zelfs verplicht om gehoorbeschermingsmiddelen te dragen. Vanaf 85 dB(A) is de werkgever verplicht maatregelen te treffen om lawaai te bestrijden en werknemers te instrueren hoe met gehoorbeschermingsmiddelen om te gaan.
Door het dragen van gehoorbescherming zoals individueel aangemeten otoplastieken, voorkomt men dat werknemers worden blootgesteld aan een schadelijk lawaai. Gehoorbeschermers moeten passend zijn en afgestemd op de werkzaamheden, waarbij de norm voor passende, naar behoren aangemeten, individuele gehoorbeschermers (zie onder meer informatie) in acht wordt genomen. Werknemers bij Composteren, Verbranden en Rioleringsbeheer krijgen standaard otoplastieken aangeboden als het lawaainiveau te hoog is. 

Bij het verstrekken van gehoorbeschermingsmiddelen hoort dat ze periodiek gekeurd worden. Daarom dient deze keuring van gehoorbeschermingsmiddelen zoals otoplastieken te worden opgenomen in het middelenregistratie en -keuringssysteem.

Beoogd effect 

Het beschermen van medewerkers tegen lawaai.

Meer informatie 
  • Passende gehoorbeschermers
    Gehoorbeschermers zijn passend wanneer zij worden afgestemd op de omstandigheden ter plaatse door met name de volgende factoren mee in overweging te nemen:
    • de klimaatomstandigheden op de arbeidsplaats
    • de aard van de uit te voeren werkzaamheden
    • de hoeveelheid vrije ruimte op de arbeidsplaats
    • de eventuele noodzaak gehoorbeschermers te gebruiken in combinatie met andere persoonlijke beschermingsmiddelen

    Afstemming van gehoorbeschermers op de ergonomische eisen en de vereisten met betrekking tot de gezondheid van de werknemer geschiedt door rekening te houden met de volgende zaken:

    • het draagcomfort van de gehoorbeschermers
    • de persoonlijke voorkeur van de werknemers voor een bepaald type gehoorbeschermers
    • medische aspecten die een beletsel kunnen vormen voor het gebruik van bepaalde typen gehoorbeschermers

    De werkgever zorgt ervoor dat de aangeboden gehoorbeschermers geschikt zijn voor de drager door de gebruikers een keuze te bieden uit verschillende typen gehoorbeschermers die voldoende demping bieden voor de situatie waarin de gehoorbeschermers worden gebruikt. Hierbij ziet de werkgever erop toe dat de dagelijkse blootstelling in de gehoorgang niet hoger is dan 80 dB(A) (en het piekniveau niet hoger is dan 112 Pa of 135 dB(C)) of, als dit technisch niet mogelijk is, in ieder geval niet hoger dan 87 dB(A) (en het piekniveau niet hoger dan 200 Pa of 140 dB(C))

  • De selectie van gehoorbescherming gebeurt aan de hand van de norm NEN-EN 458:2004 'Gehoorbeschermers -Aanbevelingen voor keuze, gebruik, verzorging en onderhoud. Praktijkrichtlijn'
Wet- en regelgeving 
  • Artikel 8.1 Arbobesluit inzake Algemene vereisten persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.2 Arbobesluit inzake Keuze persoonlijk beschermingsmiddel 
  • Artikel 8.3 Arbobesluit inzake Beschikbaarheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen