Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!
Laatst gewijzigd op: 8 september 2022, 21:07 uur -- Afvalbranche
In ontwikkeling

Toepassen procedure asbestincident veilig afhandelen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Maatregel verplicht / aanbevolen: 
verplicht
Maatregel naar plaats in de Arbeidshygiënische Strategie: 
Organisatorische maatregelen
Beschrijving van de maatregel 

Doel

Doel van deze werkinstructie is incidenteel aangetroffen asbesthoudend materiaal veilig en verantwoord te (laten) verwijderen en als gevaarlijk afval af te voeren waarbij de blootstelling aan asbestvezels van medewerkers binnen afvalbedrijven dient te worden voorkomen.

Acceptatie van asbest

Afvalbedrijven accepteren diverse afvalstromen ten behoeve van het scheiden hiervan in herbruikbare grondstoffen. Conform vigerende wet- en regelgeving dienen alle asbesthoudende materialen vooraf te zijn gesaneerd alvorens afval mag worden aangeboden aan bedrijven voor verdere verwerking. Afvalbedrijven controleren bij acceptatie het afval alsnog nadrukkelijk of visueel asbestverdacht materiaal in het aangeboden afval aanwezig is; zie de voorbeeld procedure asbestacceptatie. Als in het aangeboden afval asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen, wordt de vracht afgekeurd en doorgestuurd naar een erkende be- en verwerker of op locatie ontdaan van het asbest middels een sanering (bij risicoklasse 2 of 2A) of verwijdering in eigen beheer als het gaat om risicoklasse 1. Eén van de recyclingactiviteiten onder risicoklasse 1 kan het handmatig uitsorteren van droge afvalfracties zijn.

Werkwijze bij asbestincidenten

In deze instructie is beschreven hoe omgegaan wordt met afwijkingen met (mogelijk) asbesthoudende en asbestgelijkende afvalstoffen en materialen. Voor asbestgelijkende (verdachte) afvalstoffen gelden dezelfde regels en eisen als voor asbest. Deze werkinstructie is gebaseerd op een uitgebreide inventarisatie en evaluatie van mogelijke blootstelling aan asbestvezels en geeft de veilige werkwijze weer bij het toepassen van het schematische stappenplan bij asbestcalamiteit. Een afvalbedrijf mag de stappen uit paragraaf 2 in eigen beheer uitvoeren indien de asbestcalamiteit A onder de stricte voorwaarden uit paragraaf 1 valt. Indien de mogelijke asbestblootstelling niet met zekerheid onder risicoklasse 1 valt dan schakelt het afvalbedrijf een gecertificeerde asbestverwijderaar invoor het oplossen van een asbestcalamiteit B zoals is beschreven in paragraaf 3.

1 Voorwaarden bij asbestcalamiteit A

Asbestcalamiteit A is een kleine hoeveelheid, maximaal 2,5 m² of maximaal 15 stukken asbestverdacht materiaal

Als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden, dan mag een deskundige medewerker van het bedrijf met de training “asbestherkenning” het matriaal verpakken of opnieuw verpakken, omdat de kans op blootstelling aan asbestvezels en de gezondheidsrisico’s verwaarloosbaar en acceptabel zijn.

  1. Het betreft maximaal 2,5 m² of maximaal 15 stukken asbesthoudend/verdacht materiaal;
  2. De verdachte materialen zijn cementgebonden asbestelementen. Het betreft dus (golf) plaatmateriaal (dat is cementgebonden);
  3. Het verdachte materiaal is NIET verspaand, verpulverd, erg verweerd of erg beschadigd. De cementgebondenheid is dus zichtbaar voldoende;

  4. Geen vervuilingen met ander asbestverdacht materiaal. Geen verdere zichtbare vervuiling met asbest van de gehele afvalpartij, de werkplek en/of middelen, het betreft alleen de bij punt 1. aangegeven hoeveelheid cementgebonden (golf)plaatmaterialen/elementen;

  5. Alle verdachte elementen zijn handzaam en goed te tillen, verwijderen, verplaatsen en verpakken. De elementen en de verpakkingen raken hierbij niet beschadigd. Het is zonder breuk en beschadiging handmatig te verpakken (veilige handpicking) van losse handzame elementen:

  6. Alle operationeel betrokkenen hebben de training “asbestherkenning” gevolgd.

Bij twijfel of afwijking van deze voorwaarden is sprake van een “asbestcalamiteit B”. Dan dient een erkend asbestinventarisatie- en een asbestverwijderingsbedrijf ingeschakeld te worden (zie hieronder bij paragraaf 3).

2 Stappenplan wegnemen en verpakken asbestcalimiteit A

Indien voldaan wordt aan alle voorwaarden voor “asbestcalamiteit A” zoals opgesomd in paragraaf 1 kan het bedrijf middels onderstaande punten het asbest(verdacht) materiaal zelf verwijderen en verpakken.

  1. Bepaal het risicogebied. Stop alle activiteiten en handelingen in het risicogebied, met de verdachte partij; dus stilzetten shovel, kraan, voertuigen, machines. Voorkom beschadiging, niet storten, verplaatsen, schuiven, overladen en dergelijk, zodat asbestvezels zich niet verspreiden of in de lucht komen;

  2. Risicogebied en materieel afzetten: standaard is 5 meter, zo nodig meer; voorkom gevaar voor blootstelling door toezicht, wegsturen onbevoegden en strikt opvolgen instructies;

  3. Verdacht materiaal bevochtigen om stof en asbestvezels te binden en vezels in de lucht te voorkomen;

  4. Visuele vaststelling of daadwerkelijk sprake is van asbestcalamiteit A of van B conform de voorwaarden uit paragraaf 1;

  5. Indien asbestcalamiteit A: de volgende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken: vezeldichte overall (type 5/6 uit CE-categorie III), adembescherming met minimaal P3 filter, veiligheidsschoeisel S5, werkhandschoenen;

  6. Indien het te verpakken materiaal droog is dan voorzichtig bevochtigen met een waternevelspuit;

  7. Het vochtige verdachte materiaal per element verpakken in een niet-luchtdoorlatende verpakking dat zo dik en sterk is dat deze niet scheurt; tot 2017 was de voorgeschreven verpakking: 2 lagen doorzichtig (transparant) zakken of folie polyethyleen (PE) van 0,2 mm dik. Het folie met ruime overlap dichtvouwen en overal luchtdicht afsluiten met brede duct tape. Voorkom dat de luchtdichte verpakking kapot zal gaan, verpak daarom tweemaal luchtdicht en plak beschadigingen luchtdicht af of verpak opnieuw. Scherpe delen extra verpakken en aftapen om beschadiging van folie of zak te voorkomen;

  8. Luchtdicht verpakte elementen onbeschadigd stabiel leggen in een correct geopende asbestbigbag met geopende folie binnenzak in een geschikte asbestcontainer. Voorkom dat het materiaal kan vallen, verschuiven of beschadigen. Laad de bigbag niet te hoog en niet te vol zodat deze goed kan worden afgesloten volgens de gebruiksinstructies van de bigbag en zodat de gesloten bigbag bij het storten niet kapot gaat;

  9. Nauwkeurige visuele observatie van de partij, container, werkplek en gebruikte middelen. Als vastgesteld is dat er geen verdacht materiaal of zichtbare besmetting meer aanwezig is, kunnen de partij, het risicogebied en de middelen vrijgegeven worden;

  10. Trek laarzen uit en spoel deze af. Vervolgens de handschoenen en overall binnenstebuiten uitdoen en deze verpakken in een PE-foliezak. Als laatste het stofmasker in de PE-foliezak doen en de zak dichtplakken met duct tape. Voer de zak af met het overige verpakte asbest. Direct na deze werkzaamheden de handen en het gezicht wassen met zeep en water;

  11. Verwijder afzetting, betrokkenen informeren over de vrijgave en registreren afwijking.

Voorkom verspreiding en stofvorming en besmetting van lucht, huid, kleding, werkplekken en materieel. Mogelijk besmette middelen niet verspreiden/meenemen.

Is niet alles 100% conform bovenstaande uitgevoerd? Dan de procedure bij “asbestcalamiteit B” opvolgen (zie paragraaf 3).

Het is niet toegestaan om de klant/ontdoener zelf het asbest te laten verwijderen of om asbest terug naar de herkomstlocatie/klant te vervoeren.

3 Stappenplan “asbestcalamiteit B”

Asbestcalamiteit B is niet-handzame elementen, meer dan 2,5 m² en of meer dan 15 hechtgebonden asbestelementen en of één of meer elementen niet (meer goed) cement gebonden of niet voldaan aan voorwaarden voor “asbestcalamiteit A”.

  1. Volg eerst direct de punten 1 t/m 4 bij paragraaf 2 van “asbestcalamiteit A” op. Laat het afval en de verdachte componenten verder onberoerd;

  2. De leidinggevende en terrein verantwoordelijke informeren en direct het asbestcalamiteitennummer van asbestinventarisatiebureau (laten) bellen. Dan het incident intern en extern melden conform de bedrijfseigen incidentenregeling en vergunning;

  3. Het risicogebied en de partij/vracht afgeschermd, vochtig en onaangeroerd houden in afwachting van de asbestinventariseerder;

  4. Nadat bepaald is dat de vracht asbesthoudend is, wordt op basis van het inventarisatie rapport de gecertificeerde asbestverwijderaar (AV) ingeschakeld (eventueel eea in overleg met bevoegd gezag);

  5. Asbestverwijderaar verwijdert het asbest conform asbest inventarisatierapport / SMART. Mocht dit niet uitvoerbaar zijn door zwaar wegende veiligheidsrisico’s dan dient er een gecertificeerde veiligheidskundige te worden ingeschakeld voor een aangepaste werkwijze.

  6. Na sanering volgt er een eindinspectie door een voor asbest geaccrediteerd laboratorium NEN2990.

  7. Na ‘vrijgave’ kunnen de ‘normale’ werkzaamheden worden voortgezet.

  8. De lokaal operationeel verantwoordelijke (locatieleider) is verantwoordelijk voor een correcte afhandeling, interne en externe meldingen en de schriftelijke vastlegging van het incident;

  9. Intern melden en registreren (incidenten- en calamiteitenregeling) en extern aan het bevoegd gezag van de inrichting. Het verwijderingsbedrijf meldt de verwijdering vooraf aan de Inspectie SZW.

4 Afwijking buiten de eigen locatie

  1. Meld de asbestafwijking direct aan de klant, planning en leidinggevende;

  2. Vertel welke container of vracht, werkopdracht, klant en adres en locatie het betreft;

  3. Omschrijf de afwijking, het verdachte materiaal en de omstandigheden;

  4. Houd personen verwijderd van de (mogelijk) besmette locaties en middelen.

Een (mogelijk) met asbest vervuilde vracht niet op of in het voertuig laden en niet meenemen. Laat deze staan. Vanuit het eigen bedrijf wordt contact opgenomen met de betreffende klant of de eigenaar van de grond. De laatste of ontdoener (klant) is verantwoordelijk voor de asbestinventarisatie, verwijdering en verpakking. Als de klant het wil en opdracht geeft (en de kosten neemt) kan de procedure Asbestcalamiteit B, van het bedrijf gevolgd worden. Anders moet de klant het zelf organiseren. Ook voor Asbestcalamiteit A wordt op externe locaties (niet bedrijfseigen locatie) de procedure bij Asbestcalamiteit B. Medewerkers van het afvalbedrijf mogen bij klanten nooit asbest verwijderen anders dan volgens de voorschriften verpakt asbest accepteren.

Indien asbest bij constatering onverhoopt reeds in de trog of in de container van het voertuig is beland (kraakperswagen, kraanwagen, zijlader, e.d.), stop dan direct alle werkzaamheden en zet (pers-) installaties, kranen, machines en dergelijke direct stil (indrukken noodstop, voertuig uitschakelen). Stappenplan asbestcalamiteit B wordt gevolgd.

Beoogd effect 

Deze organisatorische maatregel geeft de verantwoorde werkwijze voor het veilig en verantwoord opruimen van incidenteel aangetroffen asbesthoudend materiaal, waarbij blootstelling aan asbestvezels van medewerkers van afvalbedrijven wordt voorkomen.