Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Gebruiken geschikte arbeidsmiddelen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Maatregel naar plaats in de Arbeidshygiënische Strategie: 
Technische maatregelen
Beschrijving van de maatregel 

In algemene zin is het van belang geschikte apparatuur te gebruiken. Dit betekent ondermeer vermijden van vlambogen, kortsluiting, isolatiefouten, overbelasting en onderkoeling. Enerzijds is hiervoor ontwerp, aanleg en onderhoud van belang. Anderzijds is in het directe gebruik de keuze van bijvoorbeeld gereedschap en de wijze waarop dat gebruikt wordt van belang.

Te gebruiken apparatuur in besloten ruimten

In besloten ruimten, zeker met geleidende wanden, gelden bijzondere eisen aan gereedschap, verlichting en dergelijke om het gevaar van elektrocutie te beperken. De volgende apparaten mogen gebruikt worden in een besloten ruimten:  

  • Indien brand- of explosiegevaar aanwezig is, dienen alle arbeidsmiddelen te voldoen aan de eisen van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 
  • Verlichting: handlampen mogen alleen gevoed worden door een ingebouwde voedingsbron of zijn aangesloten op een SELV-keten (spanning < 50 Volt) 
  • In volgorde van voorkeur voor elektrisch materieel is als volgt:
    • elektrische handgereedschappen met ingebouwde voedingsbron zoals accugereedschap
    • aangesloten op een SELV-keten (veiligheidstrafo) met een wisselspanning van maximaal 50 V of een gelijkspanning van maximaal 120 V
    • klasse II dubbel geïsoleerd toestel of apparaat aangesloten op een S-keten (scheidingstrafo), waarop slechts één toestel of apparaat is aangesloten
  • Indien men niet aan de hiervoor genoemde voorwaarden voor elektrisch materieel kan voldoen bijvoorbeeld vanwege de grootte van het benodigde vermogen, mag gebruik worden gemaakt van elektrisch materieel klasse I mits dit géén handgereedschap is 
  • Klasse I materieel moet zijn aangesloten op een eind groep welke door een aardlekschakelaar (ALS) van 30 mA is beveiligd in een TN- of TT-stelsel. Deze ALS 30 mA dient bij het begin van de werkzaamheden met de testknop te worden getest. Bovendien moet het materieel altijd in spanningsloze toestand worden verplaatst 
  • Omvormers, verplaatsbare voedingsbronnen voor de voeding van de SELV- of S-ketens (veiligheidstrafo's) mogen niet in de besloten ruimte worden geplaatst. Dit betekent dat ook de (verplaatsbare) leidingen voldoen aan de gestelde eisen
  • De elektrische apparatuur moet bij de betredingsopening door de veiligheidswacht kunnen worden uitgeschakeld
  • Apparatuur welke niet wordt gebruikt in de besloten ruimte dient niet in de nabijheid van de invoer of afvoer van de besloten ruimte te staan en op een afstand van 10 m dwars op de windrichting te zijn geplaatst bovenwinds ten opzichte van de besloten ruimte
  • Las- en snijgereedschap
    • Gas- en zuurstofflessen en verdeelstukken van centrale gas- en zuurstofsystemen mogen niet in de besloten ruimte geplaatst worden
    • Bij het stoppen van de werkzaamheden dient de apparatuur uitgezet/veiliggesteld te worden
    • De brander dient uit de ruimte verwijderd te worden
    • De gas- en zuurstoffles moeten zijn voorzien van een klep die sluit bij het lek raken van de slangen
    • Bij elektrisch lassen mag alleen gebruik worden gemaakt van gelijkstroom van een lasdynamo of wisselstroom van lastransformator. De secundaire spanning mag bij een onderbroken lasstroom niet meer bedragen dan 50V.

Rioleringsbeheer

De hiervoor genoemde voorwaarden aan apparatuur in besloten ruimten zijn ook van toepassing in het riool. In aanvulling of ter verbijzondering dient het volgende (bron: paragrafen 4.6 en 4.9 van Voorschrift veilig werken bij rioleringsbeheer). In geval van het gebruik van hoge druk voor het reinigen van riolen (paragraaf 4.8 van het Voorschrift veilig werken bij rioleringsbeheer), zie het onderdeel reinigen met hoge druk.

Als bij werkzaamheden aan een riool gebruik wordt gemaakt van elektrische apparatuur, of deze nu buiten of binnen het riool worden gebruikt, dient er rekening gehouden te worden met gevaar van elektrocutie. Daarom moet een veilige spanning worden gebruikt. Met een veiligheidstransformator kan men de spanning verlagen tot maximaal 50 Volt wisselspanning of maximaal 110-120 Volt gelijkspanning. Een alternatief is werken met een scheidingstrafo, die de elektrische circuits van elkaar scheidt. Hierop kan 220 Volt handgereedschap worden aangesloten (maximaal één aansluiting). Ook verlichting moet in veilige spanning zijn uitgevoerd (50 Volt wissel of 120 Volt gelijkspanning). Daarnaast moet de apparatuur spatwaterdicht uitgevoerd zijn. Dit is met een symbool op het apparaat aangegeven. Zodra apparatuur in het water wordt gebruikt mag deze ten hoogste een spanning hebben van 25 Volt. Dompelpompen hebben meestal een hogere spanning nodig en mogen dus niet worden gebruikt. Pneumatische of hydraulische apparatuur mag uiteraard wel worden toegepast.

Bij toepassing van elektrische apparatuur in een besloten ruimte, inclusief de verlichting, moet een veilige, lage spanning van ten hoogste 50 Volt (wisselspanning) of 110-120 Volt (gelijkspanning) worden gebruikt. De aansluitingspunten moeten altijd buiten de besloten ruimte worden opgesteld. Tevens moet de uitvoering van de apparatuur spatwaterdicht en geschikt zijn. De elektrische apparatuur moet bij de betredingsopening door de veiligheidswacht kunnen worden uitgeschakeld.

Er kunnen twee soorten ventilatoren worden toegepast, te weten de axiaalventilator (al dan niet voorzien van een harmonicaslang) en de centrifugaalventilator, die altijd van een slang moet zijn voorzien. Elektrische ventilatoren die in besloten ruimten zijn opgesteld en worden toegepast bij de beluchting (van o.a rioleringssystemen) zijn explosieveilig en moeten voldoen aan de eisen van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel. Ventileren door middel van een vacuümwagen is eveneens toegestaan.

Op de werkplek kunnen in de buitenlucht naast ventilatoren tevens een werkluchtcompressor voor pneumatisch gereedschap, een stroomaggregaat voor de elektriciteitsvoorziening en/of een of meerdere voertuigen met hulpmiddelen worden geplaatst binnen het afgebakende werkgebied voor de werkzaamheden.

Beoogd effect 

Het voorkomen van brand- en elektrocutiegevaar bij het werken in besloten ruimten en bij een combinatie van water en elektrische hulpmiddelen.

Meer informatie 
randomness