Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Minimaliseren blootstelling werknemers

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Maatregel naar plaats in de Arbeidshygiënische Strategie: 
Organisatorische maatregelen
Beschrijving van de maatregel 

Als de technische en andere organisatorische maatregelen niet voldoende effect hebben, dan moet het aantal blootgestelde werknemers en/of de blootstellingsduur worden beperkt.

Om onnodige blootstelling aan aerosolen, biologische agentia, en gevaarlijke stoffen zoals dieselmotoremissie, kwartsstof en houtstof zoveel mogelijk te vermijden, is het belangrijk om te zorgen dat de aanwezigheid van werknemers in ondermeer sorteer-, bewerk-, ontvangst- en composthallen wordt beperkt.

Het zoveel mogelijk scheiden van mens en bron kan door:

  • Een duidelijke afscheiding te maken tussen 'vuile' en 'schone' ruimten en werkplekken en het maken van afspraken om vervuiling van 'schone' ruimten door kruisbestuiving te voorkomen.
  • Het beperken van toegang tot afgebakende ruimten waar de concentratie aan gevaarlijke (afval)stoffen hoog is of veel stof voorkomt. De werknemers mogen alleen aanwezig zijn als ze daar daadwerkelijk moeten zijn door het instellen van een toegangsverbod aangegeven met een verbodsbord, afsluiten van de betreffende ruimten, instellen van een toegangsregime en dergelijke.
  • Het minimaliseren van de tijd waarin werknemers in de ruimtes aanwezig mogen zijn tot de tijd die nodig is om het nodige werk te doen. Hierbij is taakroulatie te overwegen in situaties waar grenswaarden niet worden overschreden.
  • Het minimaliseren van de blootstellingsduur door het invoeren van een schoonmaakregime voor het op regelmatige basis opruimen van spills van gevaarlijke stoffen, reststoffen en afvalstoffen, het verwijderen van vuil en stof en het regelmatig reinigen van werkplekken.
  • Het aantal blootgestelde werknemers dat gevaar loopt op blootstelling aan gevaarlijke stoffen of biologische agentia mag niet groter zijn dan strikt noodzakelijk voor het verrichten van de arbeid.
  • Afstand houden tot de blootstellingsbron en ervoor zorgen dat de luchtstroom niet naar de werknemer is gericht.

Verboden jeugdige werknemers

Jeugdige werknemers mogen geen arbeid verrichten met of worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. Dit verbod geldt wettelijk voor een gevaarlijke stof die voldoet aan criteria voor één of meer van de volgende H-zinnen (gevarenaanduidingen als bedoeld in EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels):
H-zinnen 300, 301, 310, 311, 317, 330, 331, 334, 340, 341, 350, 350i, 351, 360, 360F, 360D, 360FD, 360Fd, 360Df, 361, 361f, 361d, 361fd, 362, 370, 371, 372 of 373.

Jeugdige werknemers mogen geen arbeid verrichten met of worden blootgesteld aan biologische agentia van categorie 3 of 4 (vermeld in Bijlage III van Richtlijn 2000/54/EG als bedoeld in afdeling 9 van het Arbobesluit).

Jeugdige werknemers mogen geen arbeid verrichten aan of met kuipen, bassins, leidingen of reservoirs waarin zich één of meer van de gevaarlijke stoffen met bovengenoemde H-zinnen of biologische agentia van categorie 3 of 4 bevinden.

Arbeidsverbod zwangere vrouwen

Zwangere werknemer mogen geen arbeid verrichten waarbij zij kunnen worden blootgesteld aan de biologische agentia Toxoplasma en Rubellavirus (vermeld in bijlage III van richtlijn 2000/54/EG als bedoeld in afdeling 9 van het Arbobesluit), tenzij is gebleken dat zij hiervoor immuun is.

Informatie aan ondernemingsraad

De ondernemingsraad heeft recht op het inzien van statistische, niet tot individuen herleidbare vorm, informatie over:

  • de wijze waarop de risico-inventarisatie en -evaluatie van biologische agentia tot stand is gekomen en over het resultaat daarvan
  • de werkzaamheden waarbij de werknemers aan biologische agentia woren of kunnen worden blootgesteld
  • het aantal werknemers dat aan biologische agentia wordt of kan worden blootgesteld
  • de naam en de functie van de persoon die verantwoordelijk is voor de veiligheid en de gezondheid op het werk
  • de genomen preventieve en beschermende maatregelen waaronder de werkinstructie, de toegepaste arbeidsprocédeś en werkmethoden, zoals het bedrijf heeft genomen, hetgeen minimaal gebaseerd moet zijn op onderstaande paragraaf Aanvullende eisen voor biologische agentia

Aanvullende eisen voor gevaarlijke stoffen

In aanvulling op bovenstaande algemene maatregelen dient het bedrijf, in overeenstemming met de stand van de wetenschap en techniek, de mate en duur van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen te voorkomen, te minimaliseren of te beperken door:

  • het ontwerp en de organisatie van arbeidssystemen op de werkplek
  • gebruik te maken van adequate arbeidsmiddelen
  • gebruik te maken van adequate voorzieningen bij het uitvoeren van reparatie-, of onderhoudswerkzaamheen
  • indien uit het etiket van de gevaarlijke of anderszins, bijvoorbeeld de risico-evaluatie of taak-risico-analyse, de noodzaak blijkt: het dragen van de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen om de huid, de ogen en ademhalingsorganen te beschermen
  • good housekeeping oftewel in goed Nederlands het opgeruimd en overzichtelijk houden van de werkplek en regelmatige schoonmaak ervan oftewel zoals in de wet staat "het in acht nemen van de grootst mogelijke zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid"
  • de hoeveelheid gevaarlijke stoffen op de werkplek zoveel mogelijk te beperken
  • passende werkmethoden in werkinstructies vast te leggen en toe te passen voor:
    • veilig gebruik van en uitvoeren van handelingen met gevaarlijke stoffen
    • opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen op de werkplek
    • opslag en vervoer van afvalstoffen die gevaarlijke stoffen bevatten
    • een doeltreffend noodplan voor het geval zich ongevallen of incidenten met gevaarlijke stoffen voordoen
  • werkzaamheden slechts te laten verrichten door personen die over een goede basiskennis beschikken, goed geïnstrueerd zijn en die in een lichamelijke en geestelijke toestand verkeren dat zij voldoende in staat zijn de gevaren van de opgedragen handelingen met gevaarlijke stoffen te onderkennen en te voorkomen

Aanvullende eisen voor biologische agentia

In aanvulling op bovenstaande algemene maatregelen dient het bedrijf, in overeenstemming met de stand van de wetenschap en techniek, de blootstelling aan biologische agentia te voorkomen, te minimaliseren of te beperken door:

  • de kans op blootstelling zoveel mogelijk te beperken
  • het ontwerpen van werkprocessen, arbeidsmiddelen en het nemen van collectieve beschermingsmaatregelen om de kans op prik- en snijwonden te voorkomen of tot een minimum te beperken, voor zover dit technisch mogelijk is
  • het verstrekken en dragen van geschikte werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen als collectieve beschermingsmiddelen onvoldoende bescherming biedt
  • good housekeeping oftewel in goed Nederlands het opgeruimd en overzichtelijk houden van de werkplek en regelmatige schoonmaak ervan oftewel zoals in de wet staat "het in acht nemen van de grootst mogelijke zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid" om te voorkomen of de kans te beperken dat biologische agentia buiten de arbeidsplaats terecht komen
  • indien noodzakelijk en technisch mogelijk wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid op de werkplek van biologische agentia "buiten de eerste fysieke omhulling"
  • passende werkmethoden in werkinstructies vast te leggen en toe te passen voor:
    • veilig omgaan met en uitvoeren van handelingen met biologische agentia inclusief gft-afval, tussenproducten en eindproducten zoals compost
    • opslag en vervoer van gft-afval, tussenproducten en eindproducten op de werkplek
    • opslag en vervoer van stromen afvalstoffen die biologische agentia kunnen bevatten
    • de te verwijderen afvalstoffen met biologische agentia niet in handen van onbevoegden raken
    • een doeltreffend noodplan voor het geval zich ongevallen of incidenten met biologische agentia voordoen

Waterzuivering

Bij het ontstaan van aerosolen zijn extra maatregelen nodig. Plaatsen waar veel turbulentie (mengen, inbrengen lucht) optreedt, worden afgedicht of van spatplaten voorzien. Bij het ontwerp en het onderhoud van de luchtbehandeling zijn bijvoorbeeld de plaats van het aanzuigpunt van omgevingslucht en de mogelijke besmetting van luchtkanalen belangrijke aandachtspunten.

Stortgat

Door zo min mogelijk medewerkers bij het storten toe te laten, wordt het risico op ongevallen bij het stortgat kleiner. Alleen bevoegde personen mogen zich in de directe omgeving van het stortgat bevinden. Men dient een afstand van minstens 4 meter tot het stortgat te houden.
Aanwezigheid binnen de twee meter zone is slechts toegestaan indien voldoende maatregelen zijn genomen om vallen in stortgat te voorkomen. Deze maatregelen bestaan bijvoorbeeld uit afzetten met een hekwerk, afdekken met een deksel, schotten of iets dergelijks. Degenen die in de storthal moeten zijn, dienen zich te houden aan de ter plaatse geldende regels; zie ook voorbeeld procedure voor het betreden van een stortlocatie.

Onderhoud en reparatie

  • Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen uit te voeren wanneer de machines uitgeschakeld en veiliggesteld zijn.
  • Onderhouds- en reparatiemedewerkers dienen de persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen conform de voorschriften voor de overige werkzaamheden.
Beoogd effect 

Beperken van de duur van blootstelling en het aantal blootgestelde werknemers is een organisatorische maatregel waarmee werknemers minder lang worden blootgesteld aan een gevaar.

Wet- en regelgeving 

Arbobesluit artikel 1.4c lid 1

Arbobesluit artikel 4.87 lid 3

Arbobesluit artikel 4.93

Arbobesluit artikel 4.105