Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

veiligheid

Laatst gewijzigd op: 18 december 2025, 13:05 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Gevaarlijke gassen bij vergisten

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij vergistingsprocessen ontstaat biogas dat in hoofdzaak bestaat uit de componenten methaan (CH4) en koolstofdioxide (CO2), en in mindere mate ammoniak (NH3) en zwavelwaterstof (H2S). Zwavelwaterstof, ook wel waterstofsulfide (H2S) genoemd, en ammoniak zijn ontvlambare, giftige gassen die ontstaan bij (na-)vergisten, maar ook voorkomen in water- en slibstromen zoals was- en spoelwater, percolaatwater en zuiveringsslib. Deze gassen vormen een potentieel gevaar voor de operators alsmede onderhoudspersoneel van de installaties en chauffeurs.

Hoewel vergisting plaatsvindt in gesloten systemen is enige diffuse emissie of ongewild vrijkomen van deze gassen niet altijd te vermijden. Het vrijkomen van verhoogde concentraties waterstofsulfide, ook boven de gezondheidskundige grenswaarde, is voorgekomen bij vergistingsinstallaties. De gasconcentraties worden in dat geval beperkt door te zorgen voor een goed werkende afzuiging en/of voldoende ventilatie in de bedrijfsruimte. Die moet adequaat zijn afgestemd op de bijzondere eigenschappen van de componenten: CO2 en H2S zijn zwaarder dan lucht en NH3 en CH4 zijn lichter dan lucht.

Wanneer biogas wordt gebruikt om met een WKK (installatie voor warmte-kracht-koppeling) elektriciteit en warmte op te wekken, gebeurt dit bij lage druk. Bij opwerking van biogas tot groengas (aardgaskwaliteit) wordt het biogas gewassen en onder hoge druk (8 tot 12 bar) gebracht, zodat het via het aardgasnetwerk kan worden verdeeld. In enkele gevallen wordt er ingevoed op het hoge druk gasnet. In dat geval brengt een extra compressor het groengas op een druk van rond de 40 bar.

Het in het biogas aanwezige CO2 dat vrijkomt bij de opwerking van biogas naar groengas kan opgewerkt worden tot vloeibare bioCO2, zogenaamd cryogeen CO2. CO2 heeft de capaciteit om zuurstof te verdringen, wat kan leiden tot zuurstofgebrek in besloten ruimtes. De lage temperatuur van cryogeen CO2 veroorzaakt aanvullend gevaren. Enerzijds verouderen materialen versneld door verbrossing, wat kan leiden tot beschadiging van de installatie. Anderzijds zijn er ook veiligheidsrisico’s voor de persoon die met deze gassen werkt en voor de werkruimte. Mogelijke effecten zijn gasvorming, drukopbouw, omgevingstemperatuurdaling, bevriezing door vochtafzetting, en krimp van materialen. Daarnaast kan direct contact met een cryogeen leiden tot ernstige verwondingen, zoals bevriezing van huid of weefsels. Het omgaan met cryogene CO2 vereist daarom niet alleen aandacht voor de chemische eigenschappen van het gas, maar ook voor de fysische effecten van de lage temperatuur om gevaarlijke situaties te voorkomen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 17 december 2025, 22:31 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Afvalinzameling langs de openbare weg

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij afvalinzameling hebben medewerkers, als zij zich van de ene naar de andere locatie verplaatsen, te maken met de ‘normale’ gevaren in het verkeer. Tijdens het inzamelen van afval zijn de risico’s door het verkeer groter als geen voorzorgsmaatregel zijn genomen. Om de werkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren is het soms nodig een wagen zo op te stellen dat het verkeer daardoor gehinderd wordt. Verkeer zal moeite doen om bij weinig ruimte toch te passeren, terwijl medewerkers om de wagen lopen en deze bedienen.
Inzamelwerkzaamheden leveren gevaren op voor voetgangers en personen die bij de werkzaamheden komen kijken zoals kinderen. Dit geldt in het bijzonder als ondergrondse containers geleegd worden.
De gevolgen van een aanrijding kunnen beperkt blijven tot materiële schade, maar een aanrijding kan ook tot ernstige verwondingen of zelfs overlijden leiden.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 23:35 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Schoonmaken ondergrondse containers

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Om de containers en containerputten te kunnen schoonmaken, moet de container zijn opgehesen en geleegd zijn. Daarbij dient de medewerker zich nooit onder de hijslast te bevinden en het containergat te zijn afgesloten met de veiligheidsvloer.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet 

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid 
  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie 
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht 
  • Artikel 10 Arbowet inzake Voorkomen van gevaar voor derden

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling 

  • Artikel 3.2 Arbobesluit inzake Algemene vereisten (veilige werkplekken)
  • Artikel 3.15 Arbobesluit inzake Markering gevaarlijke plaatsen
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 23:09 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Verplaatsen 2500-, 3000- en 5000-liter rolcontainers

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het voortduwen of achter zich aantrekken van voorwerpen, zoals containers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar zeker ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring. Afhankelijk van de belading kan het gewicht van een rolcontainer van 2500 liter en groter, aanzienlijk zijn. Hoe zwaar een container precies wordt, is moeilijk te bepalen. Indien bij de plaatsing van een dergelijke container niet goed op de omgevingsfactoren wordt gelet, kunnen medewerkers bij het ledigen van de container overmatig worden belast. Als de medewerkers bijvoorbeeld een volle 3000 liter container over een klinkerstraatje moeten duwen, dan houdt dat in dat zij daarbij een behoorlijke krachtinspanning moeten leveren. Dit moet altijd worden voorkomen. Bij omgevingsfactoren moet gedacht worden aan:

  • de ondergrond waar de container op geplaatst wordt 
  • de ondergrond van de route naar de kraakperswagen
  • hellingen waar de rolcontainer tegen op of vanaf moet worden gereden
  • drempels waar de rolcontainer overheen gereden moeten worden
  • richels waar de rolcontainer in kan blijven steken
  • bochten in het traject van de plek waar de rolcontainer staat naar de kraakperswagen
  • bewegingsruimte om de rolcontainer heen

Ook kan tevoren rekening worden gehouden met het soort afval dat in de container wordt gedaan.

Om te kunnen blijven voldoen aan de huidige wet- en regelgeving (richtlijnen) dient bij de plaatsing van een rolcontainer rekening te worden gehouden met het feit dat deze zonder overmatige fysieke belasting geledigd moet kunnen worden. Om discussies achteraf te voorkomen over wat wel en wat niet valt onder onjuiste plaatsing of overmatige fysieke belasting zijn ondermeer afspraken met ontdoeners nodig om voornoemde risico’s zoveel als mogelijk te voorkomen.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 23:07 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Verplaatsen 1100 liter rolcontainers bedrijfsafval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het inzamelen van afval worden 1100 liter rolcontainers verplaatst. Deze worden vaak gebruikt voor bedrijfsafval. Soms worden ze ook in woonwijken gebruikt voor huishoudelijk afval, bijvoorbeeld bij flats.
Bij het voortduwen of achter zich aantrekken van voorwerpen, zoals containers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring.
De containers zijn vaak zwaarder dan het toegestane maximale gewicht. Bovendien zijn de containers slecht te verplaatsen als de wielen in slechte staat van onderhoud zijn.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet 

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 13:41 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Bij stortgas

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Brand- en ontploffingsgevaar van stortgas komt voor bij het stortfront, de stortvakken, op de stortplaats zelf en bij de stortgasverwerking. Na het storten van biologisch afbreekbaar afval komt er gedurende lange tijd stortgas vrij. Stortgas ontstaat doordat het organische deel van gestort afval na verloop van tijd door micro-organismen wordt afgebroken tot een mengsel van methaan (CH4) en kooldioxide (CO2). Het omzettingsproces van de organische componenten zoals hout-, groente-, fruit-, tuin- en papierafval kent een aantal fasen van aërobe tot anaërobe afbraak. Hierbij neemt het methaangehalte van het stortgas toe tot ongeveer 60% en bestaat het stortgas verder voornamelijk uit CO2.

Omdat stortgas sporen van organische esters, zwavelwaterstof (H2S) en andere zwavelhoudende verbindingen bevat, kan het op stortplaatsen leiden tot lokale geuroverlast. Stortgas is bovendien door de aanwezigheid van methaan één van de belangrijke veroorzakers van het broeikaseffect. Een afvalstortplaats met onttrekkingsinstallatie is daarom vanaf 1993 verplicht (stortbesluit) om het stortgasemissie te voorkomen.

De belangrijkste gevaren van stortgas zijn brand- en explosiegevaar en verstikking, vergiftiging en bedwelming. Stortgas is brandbaar als methaan en zuurstof in de goede verhouding aanwezig zijn en er een ontstekingsbron is. Als het eenmaal brandt, is de brand moeilijk uit te krijgen is. Het gevaar op ontbranding van stortgas is het grootst als er een ontstekingsbron aanwezig is in het gebied met een explosief mengsel zoals bij:

  • stortgasontrekkinginstallaties, stortgasmotoren, affakkelinstallaties en transportleidingen
  • het storten en verwerken van afval op de stortplaats
  • het afgraven van het afval op de stortplaats

Stortgas kan ook een gevaar vormen bij broeibanden op het stortfront en branden als gevolg van chemische reacties in het afval (o.a. accu’s en batterijen).
Stortgas vormt ook een gevaar voor verstikking, vergiftiging en bedwelming doordat het zuurstof kan verdrijven, maar ook door de aanwezigheid van H2S. Het werken in slecht geventileerde gebieden en bij het werken in besloten ruimten vormen hierbij het grootste gevaar tot verstikking, vergiftiging en bedwelming. Zeker in (percolaat-)putten en gangen, doordat H2S zwaarder is dan lucht en zich dus snel op laag niveau zal ophopen.

Specifieke werkzaamheden waarbij brand- en ontploffingsgevaar bestaan zijn:

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 13:40 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Bij besloten ruimten

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Brand- en explosiegevaar is een belangrijk risico bij diverse activiteiten in de afvalbranche. De oorzaken en de omstandigheden waarin gevaren ontstaan, zijn zeer verschillend. De gevolgen van brand zijn beheersbaar indien deze tijdig wordt opgemerkt en bestreden. De gevolgen van een explosie zijn vaak enorm groot met aanzienlijke schade aan installaties en incidenten met een dodelijke afloop.

Bij het werken in besloten ruimtes zoals riolen waarbij explosieve en brandbare gassen kunnen voorkomen bestaat het risico van brand- en explosie gevaar. In een afvalenergiecentrale AEC bestaat er gevaar op een brand of explosie in de afvalbunker en bij de opslag van fijn verdeeld actief kool.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 13:40 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Bij vergisting

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij een toenemend aantal composteringsbedrijven wordt een vergistingstap voorgeschakeld. Daarnaast zijn er ook stand-alone vergistingsinstallaties. Bij het vergistingsproces komt biogas vrij dat ontstaat als gevolg van de biologische processen. Biogas ontstaat doordat het organische deel van afval na verloop van tijd door micro-organismen wordt afgebroken tot een mengsel van methaan (CH4) en kooldioxide (CO2). Het omzettingsproces van de organische componenten zoals hout-, groente-, fruit-, tuin- en papierafval kent een aantal fasen van anaërobe afbraak. Hierbij ontstaat uiteindelijk een biogas met voornamelijk methaan (60%) en verder voornamelijk uit CO2.

De belangrijkste gevaren van biogas zijn brand- en explosiegevaar en verstikking, vergiftiging en bedwelming. Biogas is brandbaar als methaan en zuurstof in de goede verhouding aanwezig zijn en er een ontstekingsbron is. Als het eenmaal brandt, is de brand moeilijk uit te krijgen is. Het gevaar op ontbranding van biogas is het grootst als er een ontstekingsbron aanwezig is in het gebied met een explosief mengsel zoals bij biogasontrekkinginstallaties, biogasmotoren, affakkelinstallaties en transportleidingen.

Biogas vormt ook een gevaar voor verstikking, vergiftiging en bedwelming doordat het zuurstof kan verdrijven, maar ook door de aanwezigheid van zwavelwaterstof (H2S). Het werken in slecht geventileerde gebieden en bij het werken in besloten ruimten vormen hierbij het grootste gevaar tot verstikking, vergiftiging en bedwelming. Zeker in putten en gangen, doordat H2S zwaarder is dan lucht en zich dus snel op laag niveau zal ophopen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 13:37 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Werken in kruipruimte

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Een kruipruimte is een lage ruimte onder de begane grondvloer van een woning of kantoorgebouw die veelal wordt bereikt door een kruipluik. Bij de activiteit rioleringsbeheer worden kortdurende werkzaamheden aan de binnenriolering verricht, zoals bij het verhelpen van een verstopping in een PVC-leiding.

Het werken in een kruipruimte brengt specifieke gevaren en risico's met zich mee. Gevaren die kunnen optreden zijn: bedwelming, beknelling, valgevaar, elektrocutie en vuile of vochtige ondergrond.

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de volgende beheersmaatregelen te nemen:

  • Beschrijven besloten ruimte en maatregelen in RI&E
  • Geven werkinstructie - Betreden van besloten ruimte
  • Voorlichten over werken in besloten ruimte
  • Meten gasconcentratie en damp-gas-luchtmengsel
  • Aanwijzen mangatwacht
  • Treffen voorzieningen voor bedrijfshulpverlening
  • Organiseren van bedrijfshulpverlening rioleringsbeheer
  • Optioneel: Uitvoeren van LMRA kruipruimte

Belangrijk:

Er zijn specifieke maatregelen noodzakelijk bij het betreden van besloten ruimten zoals:

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 13:36 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Werken in ruimte vóór het uitdrukschot van een kraakperswagen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij de activiteit Inzamelen van huishoudelijk en bedrijfsafval worden kraakperswagens ingezet. De ruimte vóór het uitdrukschot van de kraakperswagen is een besloten ruimte. Het betreden van de ruimte vóór het uitdrukschot is alleen toegestaan na het nemen van de voorzorgsmaatregelen voor besloten ruimten.

Naast de algemene gevaren van het werken in een besloten ruimte, is de kans op zwaar lichamelijk letsel of de dood is zeer groot wanneer het uitdrukschot in werking treedt.

Een heel klein percentage zijladers is een type met uitdrukschot; zie onderstaande foto's. Deze webpagina is ook van toepassing op zijladers met een uitdrukschot.

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de volgende beheersmaatregelen te nemen:

  • Beschrijven besloten ruimte en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over werken in besloten ruimte
  • Meten gasconcentratie en damp-gas-luchtmengsel; gasmeten is niet nodig indien de afvalopslagruimte van de kraakperswagen leeg is gestort
  • Aanwijzen mangatwacht
  • Geven werkinstructie Betreden ruimte vóór het uitdrukschot van de kraakperswagen
  • Opstellen bhv-plan

De werkgever bepaalt in de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf of er aanvullend andere beheersmaatregelen worden genomen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Pagina's

Abonneren op RSS - veiligheid
randomness