In dit document is een best practise uit 2024 opgenomen waarin de regels voor het vervangen van dieselmotoren op bedrijfsniveau zijn beschreven en de voorgeschreven locatiespecifieke maatregelen zijn opgenomen zolang nog wordt gewerkt met dieselaangedreven voertuigen en arbeidsmiddelen om de blootstelling aan DME zoveel mogelijk te beperken.
DME
In veel bedrijven worden in een loods, magazijn, op- of overslaghal goederen geladen en gelost. De bestelwagen, vrachtwagen of ander voertuig rijdt naar binnen en wordt daar geparkeerd. Na het lossen en laden rijdt de bestelwagen, de vrachtwagen of ander voertuig weer naar buiten.
Tijdens het lossen en laden is de diesel aangedreven motor:
- uitgeschakeld: de dieselmotor draait alleen tijdens het naar binnen en buiten rijden van het voertuig, of
- stationair draaiend: het gebruik van een diesel aangedreven motor is nodig tijdens het laden en lossen in een omsloten ruimte zoals een magazijn, loods of op- of overslaghal.
In een aantal situaties treedt een piekbelasting op, omdat in een korte tijd (maximaal ½ tot 1 uur) de meeste bestelwagens, vrachtwagens en andere voertuigen naar binnen en naar buiten rijden. Indien er sprake is van een koude start geeft dit extra DME uitstoot.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.
Situatie 1
- Het voertuig lost zelf buiten de omsloten ruimte, waarna op andere wijze (bijvoorbeeld met een elektrische heftruck) de goederen naar het magazijn, loods, op-, of overslaghal worden verplaatst.
- Het verladen van goederen vindt plaats aan een dockshelter, waarbij de vrachtwagen, de bestelwagen of ander voertuig in de buitenlucht blijft.
- Opslag van goederen en afvalstoffen vindt in de buitenlucht plaats.
- De bestelwagen, vrachtwagen of ander voertuig is voorzien van een gasaandrijving met uitlaatkatalysator.
- Het laden en lossen gebeurt niet met een diesel aangedreven motor maar bijvoorbeeld met een elektrische heftruck of een ander elektrisch aangedreven laad- en loshulpmiddel.
- De voertuiggebonden diesel aangedreven applicaties worden tijdens het verblijf in de omsloten ruimte elektrisch aangedreven, zoals een aansluiting op krachtstroom.
Maatregelen: geen.
Situatie 2
- De bestelwagens en vrachtwagens zijn voorzien van een Euro 4, 5 of EEV-motor.
- De bestelwagens en vrachtwagens met een Euro 3 motor of lager zijn voorzien van een effectief roetfilter.
- Er is een rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.
Maatregelen:
- alle aanvullende technische maatregelen
- alle aanvullende organisatorische maatregelen
Situatie 3
- De bestelwagens en vrachtwagens met een Euro 3 motor of lager zijn niet voorzien van een effectief roetfilter.
Maatregelen:
- Indien de dieselmotor alleen wordt gebruikt om de omsloten ruimte in en uit te rijden, terwijl de motor uitgeschakeld is tijdens het laden en lossen:
- verminderen DME van rijdend voertuig
- alle aanvullende technische maatregelen
- alle aanvullende organisatorische maatregelen
- Bij stationair draaiende dieselmotor tijdens laden en lossen:
- verminderen DME van stationair draaiende motor
- alle aanvullende technische maatregelen
- alle aanvullende organisatorische maatregelen
- Zie voor het gebruik van een dieselmotoren in een omsloten ruimte zoals een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal: DME in een hal
- Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) informatie Dieselmotoremissie (DME):
Op de website van NLA staat als antwoord op de Veel gestelde vraag: "Aan welke Stage- of Euronorm moet een dieselapparaat of -voertuig voldoen?":
De uitstoot aan de bron is minimaal als:- Uw dieselaangedreven wegvoertuig aan de meest recente Euronorm voldoet, of;
- Uw dieselaangedreven apparatuur met een vermogen tussen 19 en 560 kW aan de meest recente Stage-norm voldoet, of;
- Uw dieselaangedreven apparatuur is voorzien van een (retrofit) roetfilter.
Voor dieselaangedreven apparatuur met een vermogen <19 kW of >560 kW die voldoet aan de meest recente Stage-norm is ook een (retrofit) roetfilter vereist. In beide gevallen is de Stage-norm namelijk nog relatief 'ruim', waardoor machines van deze 2 categorieën nog relatief veel DME-blootstelling veroorzaken.
Het gebruik van dieselapparatuur met een minimale uitstoot ontslaat werkgevers niet van de verplichting om te vervangen waar dat technisch mogelijk is. Vóór het investeren in schonere dieselapparatuur of roetfilters, doen werkgevers er daarom goed aan om de mogelijkheden voor vervanging te onderzoeken.
- Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
- Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
- Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
- Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
- EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk
In hallen zoals de composteerhal, de brekerhal, de sorteerhal en de opslag- en overslaghal worden shovels en kranen gebruikt waardoor er blootstelling aan dieselmotoremissie voorkomt. Op de dieselaangedreven motoren van vrachtwagens bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal is DME bij laden en lossen van toepassing.
De werkgever moet dieselaangedreven arbeidsmiddelen uitfaseren of schriftelijk onderbouwen waarom vervanging in het specifieke geval niet mogelijk is. Het gaat in ieder geval om de volgende toepassingen, waarvoor alternatieven beschikbaar zijn, namelijk elektrisch aangedreven:
- transportbanden
- palletwagens
- hoogwerkers
- compressoren
- graafmachines tot in elk geval 30 ton; zie www.bouwmachines.nl
- aggregaten
Bij grotere, stationaire machines dient de werkgever te beoordelen of het mogelijk is om deze op het elektriciteitsnet aan te sluiten.
[Bron: Basisinspectiemodule Dieselmotoremissie, Inspectie SZW, juli 2020]
Composteerhal
In veel composteerbedrijven worden in een hal organische afvalstoffen gecomposteerd. Voor de handling van afvalstoffen worden shovels en kranen gebruikt. Shovels worden gebruikt om het gft-afval op de juiste plaats brengen, de composteerinstallatie te voeden en compost weer af te voeren. Een probleem bij de metingen van DME in composteerinstallaties is de verstoring van de metingen van elementair koolstof (EC) door de in compost aanwezige organische en elementaire koolstof, hetgeen blijkt uit diverse onderzoeken.
Brekerhal
Bij een beperkt aantal bedrijven wordt puin inpandig gebroken. De brekerinstallatie wordt doorgaans bedreven met krachtstroom. In enkele situaties wordt voor de brekerinstallatie een dieselaggregaat toegepast voor het opwekken van stroom. Voor de handling van het puin en het recyclinggranulaat worden shovels gebruikt. Shovels wordt gebruikt om de brekerinstallatie te voeden en de afvoer van recyclinggranulaat te verzorgen.
Sorteerhal
In veel bedrijven worden in een sorteerhal afvalstoffen gesorteerd. De sorteerinstallatie wordt doorgaans bedreven met krachtstroom. In enkele situaties wordt voor de sorteerinstallatie een dieselaggregaat toegepast voor het opwekken van stroom. Voor de handling van afvalstoffen worden shovels en kranen gebruikt. Shovels worden gebruikt om het afval op de juiste plaatst brengen, de sorteerinstallatie te voeden en gesorteerde monostromen weer af te voeren. Kranen worden gebruikt om afvalstoffen te sorteren en de sorteerinstallatie te voeden.
Op- en overslaghal
In overslaghallen worden bijvoorbeeld de gestorte afvalstoffen met behulp van shovels en sorteerkranen overgeslagen in containers of vrachtauto’s. De shovels zijn vaak niet alleen gebonden aan de overslaghal, maar rijden ook elders op het terrein. De sorteerkranen werken voornamelijk in de overslaghal en verplaatsen zich over korte afstanden tussen de sorteervakken.
Op het gebruik van een dieselmotor bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal is van toepassing: DME bij laden en lossen.
In omsloten ruimten zoals de hallen van brekerinstallaties, sorteerinstallaites, composteerinstallaties en overslaghallen gelden de volgende situaties.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.
Situatie 1
De afvalstoffen worden rechtstreeks in de containers voor aftransport gestort of de afvalstoffen worden met behulp van een elektrisch aangedreven sorteer- of portaalkraan overgeslagen of een krachtstroom aangedreven brekerinstallatie, sorteerinstallatie of composteerinstallatie.
Maatregelen: geen.
Situatie 2
- Er is een rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.
- De shovel en sorteerkraan zijn voorzien van een Stage 3b of een Tier 4 motor.
- De shovel en sorteerkraan met een Stage 1, 2 of 3a of Tier 1, 2 of 3 motor zijn voorzien van een effectief roetfilter.
Maatregelen:
- gebruiken overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen, indien deze langer dan 15 minuten per dag worden gebruikt
- alle aanvullende technische maatregelen
- alle aanvullende organisatorische maatregelen
Het gebruik van een dieselaggregaat in een hal is niet toegestaan omdat er een alternatief beschikbaar; zie Overige blootstelling aan DME.
Situatie 3
- Er is geen rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.
- De shovel of sorteerkraan heeft een Stage 1, 2 of 3a of Tier 1, 2 of 3 motor of lager en is niet voorzien van een effectief roetfilter.
Maatregelen voor activiteit E (werken met shovels en sorteerkranen in op- en overslaghallen) en activiteit K (gebruik van dieselaangedreven shovel tijdens het breken van puin in een brekerhal):
- treffen maatregel aan shovel of kraan in omsloten ruimte
- alle aanvullende technische maatregelen
- alle aanvullende organisatorische maatregelen
- gebruiken overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen, indien deze doorgaans langer dan 15 minuten per dag in een omsloten ruimte (hal) wordt gebruikt.
Maatregelen voor activiteit L (gebruik van dieselmotor tijdens sorteren van afval in een sorteerhal) en activiteit M (gebruik van dieselmotor in een composteerhal):
- beperken emissie van dieselmotor in omsloten ruimte
- alle aanvullende technische maatregelen
- alle aanvullende organisatorische maatregelen
- gebruiken overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen indien deze doorgaans langer dan 15 minuten per dag in een omsloten ruimte (hal) wordt gebruikt.
Het gebruik van een dieselaggregaat in een hal is niet toegestaan omdat er een alternatief beschikbaar; zie Overige blootstelling aan DME.
- Zie voor het gebruik van een dieselmotor bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal: DME bij laden en lossen
- Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) informatie Dieselmotoremissie (DME):
Op de website van NLA staat als antwoord op de Veel gestelde vraag: "Aan welke Stage- of Euronorm moet een dieselapparaat of -voertuig voldoen?":
De uitstoot aan de bron is minimaal als:- Uw dieselaangedreven wegvoertuig aan de meest recente Euronorm voldoet, of;
- Uw dieselaangedreven apparatuur met een vermogen tussen 19 en 560 kW aan de meest recente Stage-norm voldoet, of;
- Uw dieselaangedreven apparatuur is voorzien van een (retrofit) roetfilter.
Voor dieselaangedreven apparatuur met een vermogen <19 kW of >560 kW die voldoet aan de meest recente Stage-norm is ook een (retrofit) roetfilter vereist. In beide gevallen is de Stage-norm namelijk nog relatief 'ruim', waardoor machines van deze 2 categorieën nog relatief veel DME-blootstelling veroorzaken.
Het gebruik van dieselapparatuur met een minimale uitstoot ontslaat werkgevers niet van de verplichting om te vervangen waar dat technisch mogelijk is. Vóór het investeren in schonere dieselapparatuur of roetfilters, doen werkgevers er daarom goed aan om de mogelijkheden voor vervanging te onderzoeken.
- Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
- Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
- Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
- Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
- EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk
In een omsloten ruimte die niet wordt beschreven in DME bij gebruik van heftruck, DME bij laden en lossen, DME in een hal of DME bij voertuig onderhoud, wordt de blootstelling aan dieselmotoremissie in kaart gebracht door de bronnen van dieselaangedreven motoren, de blootgestelde personen en de tijdsperiode te inventariseren.
Voorbeelden van overige blootstelling aan DME zijn niet-voertuig gebonden compressoren en aggregaten; dit zijn op zichzelf staande arbeidsmiddelen die gebruikt worden om elektriciteit, perslucht of mechanische energie te leveren zoals de aandrijving van een shredder of een noodstroomaggregaat.
De werkgever moet dieselaangedreven voertuigen of arbeidsmiddelen uitfaseren of schriftelijk onderbouwen waarom vervanging in het specifieke geval niet mogelijk is. Dit geldt ook voor buitensituaties. Het gaat in ieder geval om de volgende toepassingen, waarvoor alternatieven beschikbaar zijn zoals elektrsch aangedreven:
- transportbanden
- palletwagens
- hoogwerkers
- compressoren
- graafmachines tot in ieder geval 30 ton; zie www.bouwmachines.nl
- aggregaten
Bij grotere, stationaire machines dient de werkgever te beoordelen of het mogelijk is om deze op het elektriciteitsnet aan te sluiten.
Bij wegwerkzaamheden is een goede bronmaatregel het volledig omleiden van het verkeer. Dit voorkomt blootstelling als gevolg van langsrijdende dieselauto's of dieseltrucks.
Bij overige activiteiten met motoren gelden de volgende situaties.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.
Situatie 1
- De vast opgestelde motoren zijn elektrisch aangedreven of zijn voorzien van een LPG-aangedreven motor met uitlaatkatalysator of een aardgas aangedreven of een waterstof aangedreven motor.
- De dieselaangedreven motoren staan buiten de omsloten ruimte in de buitenlucht of in een aparte afgesloten ruimte opgesteld, waarbij de uitlaatgassen niet via deuren en ramen weer in de omsloten ruimte kunnen komen. De bediening van deze arbeidsmiddelen vindt buiten de omsloten ruimte plaats.
Maatregelen: geen.
Situatie 2
Er is sprake van DME blootstelling die beheerst wordt door een vervangingsmaatregel, een maatregel bronaanpak of door een maatregel conform de stand der techniek; dat wil zeggen er wordt één maatregel toegepast uit de volgende 3 maatregelen:
- De uitlaatgassen van vast opgestelde dieselaangedreven motoren, zoals compressoren en aggregaten, worden via gesloten systeem buiten de binnenruimte geleid.
- Alle dieselaangedreven motoren zijn voorzien van een Euro-6 motor, een Stage 3b motor of Tier 4 motor.
- Alle dieselaangedreven motoren zijn voorzien van een EEV of Euro-5 motor of lager met een effectief roetfilter, een Stage 3a motor of lager met een effectief roetfilter of een Tier 3 motor of lager met een effectief roetfilter.
Maatregelen:
- alle aanvullende technische maatregelen die van toepassing zijn
- alle aanvullende organisatorische maatregelen die van toepassing zijn
Situatie 3
Er is sprake van DME blootstelling die niet beheerst wordt door een vervangingsmaatregel, een maatregel bronaanpak of door een maatregel conform de stand der techniek.
Maatregelen:
- gebruiken van niet-voertuig gebonden compressor of aggregaat
- treffen maatregel bij overige DME-bronnen
- alle aanvullende technische maatregelen die van toepassing zijn
- alle aanvullende organisatorische maatregelen die van toepassing zijn
- Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) informatie Dieselmotoremissie (DME):
Op de website van NLA staat als antwoord op de Veel gestelde vraag: "Aan welke Stage- of Euronorm moet een dieselapparaat of -voertuig voldoen?":
De uitstoot aan de bron is minimaal als:- Uw dieselaangedreven wegvoertuig aan de meest recente Euronorm voldoet, of;
- Uw dieselaangedreven apparatuur met een vermogen tussen 19 en 560 kW aan de meest recente Stage-norm voldoet, of;
- Uw dieselaangedreven apparatuur is voorzien van een (retrofit) roetfilter.
Voor dieselaangedreven apparatuur met een vermogen <19 kW of >560 kW die voldoet aan de meest recente Stage-norm is ook een (retrofit) roetfilter vereist. In beide gevallen is de Stage-norm namelijk nog relatief 'ruim', waardoor machines van deze 2 categorieën nog relatief veel DME-blootstelling veroorzaken.
Het gebruik van dieselapparatuur met een minimale uitstoot ontslaat werkgevers niet van de verplichting om te vervangen waar dat technisch mogelijk is. Vóór het investeren in schonere dieselapparatuur of roetfilters, doen werkgevers er daarom goed aan om de mogelijkheden voor vervanging te onderzoeken.
- Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
- Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
- Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
- Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
- EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk
Tijdens het vervangen van een inbouw roetfilter komt een hoeveelheid roetdeeltjes vrij. Om de blootstelling aan roetdeeltjes tijdens het vervangen tot een zo laag mogelijk niveau terug te brengen dient de werkwijze van de volgende maatregel gevolgd te worden.
Maatregel:
- geven werkinstructie bij vervangen van inbouw roetfilter.
Voor een onderhoudsbeurt rijden kranen, vrachtauto’s, bestelwagens en shovels de onderhoudswerkplaats naar binnen, daarna vindt onderhoud plaats en tot slot rijden ze weer naar buiten. Een bezwarende factor is de koude start. Tijdens het onderhoud wordt de dieselmotor van het voertuig getest.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.
Situatie 1
- Dieselaangedreven voertuigen worden met behulp van andere hulpmiddelen in en uit de onderhoudswerkplaats gereden.
Opmerking: gedurende de looptijd van de Arbocatalogus wordt nagegaan of dit realiseerbaar is. - Bij het testen en proefdraaien van dieselmotoren is situatie 1 niet van toepassing omdat DME inherent vrijkomt en het niet mogelijk is om de bron weg te nemen.
Maatregelen: geen.
Situatie 2
Dieselaangedreven voertuigen rijden op eigen kracht de onderhoudswerkplaats in of uit.
-
Er is een rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat. Deze wordt bevestigd voordat het voertuig naar binnen rijdt.
- Vrachtauto's en bestelwagens zijn voorzien van een Euro-6 of een motor met een effectief roetfilter.
- Kranen en shovels hebben een Stage 3b of een Tier 4 motor of zijn voorzien van een effectief roetfilter.
- Tijdens het testen en proefdraaien van een dieselmotor is er rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.
Maatregelen:
- treffen aanvullende technische maatregelen bij voertuigonderhoud
- treffen aanvullende organisatorische maatregelen bij voertuigonderhoud
- geven werkinstructie bij vervangen van inbouw roetfilter
Toelichting: Om blootstelling aan roetdeeltjes tijdens het vervangen van een inbouw roetfilter te vermijden, draagt de werknemer een halfgelaatsmasker met filter A2P3 zoals in de werkinstructie is beschreven.
Situatie 3
Dieselaangedreven voertuigen rijden op eigen kracht de onderhoudswerkplaats in of uit.
- Er is geen rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat aangesloten voordat het voertuig naar binnen rijdt.
- Een dieselaangedreven voertuig met een ontregelde motor (ongeacht het type motor), een EEV of een voertuig met Euro-5 motor of lager of Stage 1, 2 of 3a zonder effectief roetfilter, of Tier 1, 2 of 3 motor zonder effectief roetfilter rijdt op eigen kracht de onderhoudswerkplaats in en uit.
- Tijdens het testen en proefdraaien van een dieselmotor is er geen rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.
Maatregelen:
- verminderen van DME-blootstelling in werkplaats
- treffen aanvullende technische maatregelen voertuigonderhoud
- treffen aanvullende organisatorische maatregelen voertuigonderhoud
- geven werkinstructie bij vervangen van inbouw roetfilter
Toelichting: Om blootstelling aan roetdeeltjes tijdens het vervangen van een inbouw roetfilter te vermijden, draagt de werknemer een halfgelaatmasker met filter A2P3 zoals in de werkinstructie is beschreven.
- Nederlandse Arbeidsinspectie informatie Dieselmotoremissie (DME)
- Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
- Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
- Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
- Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
- EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk
Dit onderdeel is van toepassing tijdens de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en bedrijfsafval met een inzamelvoertuig, waarbij de medewerker het grootste deel van een werkdag in de directe omgeving werkzaam is van een rijdende dieselaangedreven afvalinzamelwagen. De werkgever is wettelijk verplicht dieselaangedreven voertuigen uit te faseren of schriftelijk onderbouwen waarom vervanging voor een specifieke toepassing niet mogelijk is. Dit geldt ook voor buitensituaties. Het gaat in ieder geval om (kleine) vrachtwagens en bestelwagens, waarvoor alternatieven beschikbaar zijn zoals een elektrisch aangedreven, een LPG-aangedreven, een waterstofaangedreven of gasmotor met uitlaatkatalysator, indien dit technisch haalbaar is.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.
Situatie 1
Er is géén blootstelling aan DME door bronnen in de werksituatie. De bron van DME is weggenomen. Er is een alternatief zonder dieselmotoremissies zoals een elektrisch aangedreven, een LPG-aangedreven, een waterstofaangedreven motor of een gasmotor met uitlaatkatalysator.
Maatregel: geen.
Situatie 2
De afvalinzamelwagen is voorzien van een Euro-6 motor of heeft een effectief roetfilter.
Maatregelen:
- alle aanvullende technische maatregelen
- alle organisatorische maatregelen
Situatie 3
De afvalinzamelwagen is een EEV of heeft een Euro-5 motor of lager zonder effectief roetfilter.
Maatregelen:
- beperken emissie van afvalinzamelvoertuig
- alle aanvullende technische maatregelen
- alle aanvullende organisatorische maatregelen
- Nederlandse Arbeidsinspectie informatie Dieselmotoremissie (DME)
- Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
- Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
- Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
- Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
- EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk
In veel bedrijven worden voor de laad- en loshandelingen vorkheftrucks en reachtrucks gebruikt. Deze arbeidsmiddelen rijden alleen in het magazijn, loods, op- of overslaghal rijden of afwisselen dit af met het rijden op het buitenterrein. Voor buitensituaties geldt dat de werkgever een dieselaangedreven hef- of reachtruck moet uitfaseren of schriftelijk onderbouwen waarom vervanging in het specifieke geval niet mogelijk is.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.
Situatie 1
- De vorkheftruck of reachtruck is elektrisch aangedreven.
- De goederen worden geladen of gelost met een elektrisch aangedreven bovenloopkraan.
- De vorkheftruck of reachtruck is aangedreven met waterstof, aardgas of LPG, waarbij de LPG-aangedreven vorkheftruck of reachtruck voorzien is van een katalysator.
- In overleg met de afzender is het gewicht van de goederen dusdanig verlaagd dat een elektrisch aangedreven vorkheftruck tot 8 ton of een elektrisch aangedreven reachtruck tot 8 ton volstaat.
Maatregelen: geen
Situatie 2
- De dieselaangedreven vorkheftruck of reachtruck heeft een Stage 3b motor of Tier 4 of hoger.
- De dieselaangedreven vorkheftruck of reachtruck met een Stage 1, 2 of 3a motor of Tier 1, 2 of 3 motor is voorzien van een effectief roetfilter.
Maatregelen bij heftruck of reachtruck tot 8 ton:
- vervangen heftruck of reachtruck tot 8 ton, waarbij onderstaande toelichting geldt
De vervanging van de heftruck of reachtruck tot 8 ton is afhankelijk van de lastcapaciteit en de leeftijd van het arbeidsmiddel:
- Heftruck of reachtruck tot 8 ton:
- verbod op het gebruik in de binnensituaties indien aangeschaft na 1 juli 2020
- Heftruck of reachtruck tot 4 ton van iedere leeftijd:
- verplichte vervangingsmaatregel in binnensituatie of het arbeidsmiddel definitief weren uit de binnensituatie
- Heftruck of reachtruck tussen 4 en 8 ton en op het moment van bezoek door Inspectie SZW 5 jaar of ouder:
- verplichte vervanging binnen 6 maanden na bezoek van Inspectie SZW of het arbeidsmiddel definitief weren uit de binnensituatie
- Heftruck of reachtruck 4 tot 8 ton en op het moment van bezoek door Inspectie SZW jonger dan 5 jaar:
- verplichte vervanging of definitief weren uit de binnensituatie zodra het arbeidsmiddel 5 jaar of ouder is met een minimum termijn van 6 maanden
Maatregelen bij heftruck of reachtruck meer dan 8 ton:
- verminderen DME-blootstelling bij gebruik van heftruck vanaf 8 ton
- alle aanvullende technische maatregelen
- alle aanvullende organisatorische maatregelen
Let op: Inspectie SZW zal de vervangingsplicht voor vorkheftrucks en reachtrucks in de toekomst opleggen voor arbeidsmiddelen tot 12 ton, in ieder geval zodra dit technisch haalbaar is. Hiermee moet rekening worden gehouden omdat dit summier in 2020 en uitgebreid in 2019 is gepubliceerd voor zowel binnensituaties als buitensituaties (bron: Basisinspectiemodule Blootstelling aan dieselmotoremissies, 2019).
Situatie 3
De dieselaangedreven hef- en reachtruck heeft een Stage 1, 2 of 3a motor of Tier 1, 2 of 3 motor en is niet voorzien van een effectief roetfilter.
Maatregelen zijn afhankelijk van de lastcapaciteit en de leeftijd van het arbeidsmiddel:
- Heftruck tot 8 ton:
- verbod op het gebruik in de binnensituaties indien aangeschaft na 1 juli 2020
- Heftruck tot 4 ton van iedere leeftijd:
- verplichte vervangingsmaatregel in binnensituatie of het arbeidsmiddel definitief weren uit de binnensituatie
- in de buitensituatie voorzien van effectief roetfilter en andere maatregelen om de blootstelling aan DME zoveel mogelijk te verminderen
- Heftruck 4 tot 8 ton en op het moment van bezoek door Inspectie SZW 5 jaar of ouder:
- zolang vervanging nog niet is gerealiseerd: voorzien van effectief roetfilter en andere maatregelen om de blootstelling aan DME zoveel mogelijk te verminderen
- verplichte vervanging binnen 6 maanden na bezoek van Inspectie SZW of het arbeidsmiddel definitief weren uit de binnensituatie
- Heftruck 4 tot 8 ton en op het moment van bezoek door Inspectie SZW jonger dan 5 jaar:
-
zolang vervanging nog niet is gerealiseerd: voorzien van effectief roetfilter en andere maatregelen om de blootstelling aan DME zoveel mogelijk te verminderen
- verplichte vervanging of definitief weren uit de binnensituatie zodra het arbeidsmiddel 5 jaar of ouder is met een minimum termijn van 6 maanden
-
- Heftruck meer dan 8 ton:
- maatregel verminderen DME-blootstelling bij gebruik van heftruck vanaf 8 ton
- alle aanvullende technische maatregelen
- alle aanvullende organisatorische maatregelen
Let op: Inspectie SZW zal in de toekomst de vervangingsplicht voor vorkheftrucks en reachtrucks opleggen voor arbeidsmiddelen tot 12 ton, in ieder geval zodra dit technisch haalbaar is. Hiermee moet rekening worden gehouden omdat dit summier in 2020 en uitgebreid in 2019 is gepubliceerd voor zowel binnensituaties als buitensituaties (bron: Basisinspectiemodule Blootstelling aan dieselmotoremissies, 2019).
- Nederlandse Arbeidsinspectie informatie Dieselmotoremissie (DME)
- Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
- Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
- Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
- Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
- EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk
Deze maatregel heeft betrekking op situatie 3 namelijk:
Er is sprake van DME blootstelling die niet beheerst wordt door een maatregel bronaanpak of door een maatregel conform de stand van de techniek.
Deze maatregel heeft betrekking op situatie 3 van namelijk:
De vast opgestelde dieselaangedreven compressoren en aggregaten hebben een Stage 1, 2 of 3a of Tier 1, 2 of 3 motor en zijn niet voorzien van een effectief roetfilter.

