Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!
27 maart 2016, 15:28 uur

Doeltreffende beheersing van blootstelling aan stoffen met PBM

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Tekst van voormalige beleidsregel 4.3-1 inzake doeltreffende beheersing van de blootstelling aan stoffen door het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen om te voldoen aan: Arbobesluit artikel 4.3, vierde lid, en artikel 4.4, vijfde lid, juncto hoofdstuk 8, afdeling 1. Bij persoonlijke beschermingsmiddelen gaat het ondermeer om adembescherming.

Bij het ter beschikking stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 4.3, vierde lid, en artikel 4.4, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, ter bescherming van werknemers tegen mhalatoire blootstelling aan stoffen wordt het volgende in acht genomen:

  1. Om te beoordelen of een persoonlijk beschermingsmiddel als bedoeld in artikel 4.4, vijfde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit geschikt is om de inhalatoire blootstelling (het inademen van stoffen) aan stoffen tot een voldoende laag niveau te beperken, wordt voor de vaststelling van de blootstellingsreductie bij gebruik van een middel uitgegaan van de door de leverancier opgegeven nominale protectiefactor (NPF) in relatie tot arbeidsbelasting en belastbaarheid van de betrokken werknemers.
  2. Een ademhalingsbeschermingsmiddel met een systeem dat de omgevingslucht filtert is met geschikt indien de gas- of dampconcentratie van de te filteren stof in de omgevingslucht hoger is dan 1 volumeprocent.
  3. Bij blootstelling aan inert zwevend stof met een grenswaarde van 10 milligram per kubieke meter lucht wordt een P1SL filtertype die voldoet aan de norm NEN-EN 143:2000 "Ademhalingsbeschermingsmiddelen. Deeltjesfilters Eisen beproeving merking", toegepast of een filter met vergelijkbare NPF ingeval van blootstelling aan dampen of gassen.
  4. Bij blootstelling aan stoffen met een grenswaarde tussen 0,1 en 10 milligram per kubieke meter lucht wordt minimaal een P2SL filtertype die voldoet aan voornoemde norm NEN-EN 143, toegepast of een filter met vergelijkbare NPF ingeval van blootstelling aan dampen of gassen.
  5. Bij blootstelling aan stoffen met een grenswaarde kleiner dan 0,1 milligram per kubieke meter lucht wordt minimaal een P3SL filtertype die voldoet aan voornoemde norm NEN-EN 143, toegepast of een filter met vergelijkbare NPF ingeval van blootstelling aan dampen of gassen.
  6. Half- en kwartgelaatsmaskers met filter(systemen) die de omgevingslucht filteren zijn ongeschikt voor bescherming tegen stoffen met een grenswaarde kleiner dan 0,1 milligram per kubieke meter lucht.