In ruimten zonder reguliere arbeidsplaatsen is de basisverlichting bedoeld voor oriëntatie. Basisverlichting is over het algemeen niet geschikt om lang bij te werken. Wanneer de basisverlichting onvoldoende is voor het langdurigere werkzaamheden zoals onderhoud, reparaties en dergelijke, dan is het plaatsen van tijdelijke verlichting nodig. In dat geval worden de werkzaamheden met bijvoorbeeld lichtmasten, bouwlampen of looplicht verlicht om taakgericht te kunnen werken.
Goede verlichting is noodzakelijk om goed zicht te hebben op de werkzaamheden om bijvoorbeeld ongevallen met arbeidsmiddelen te voorkomen en het gevaar voor struikelen weg te nemen. Gebruiken van extra verlichting wordt gezien als een technische maatregel.
Voor lichtmasten, bouwlampen en looplampen bestaan verschillende klassen armaturen en verlichting. Armaturen die binnen handbereik aangebracht worden, die tijdens het werk verplaatst worden of die in de hand gehouden worden, moeten van klasse II of III zijn. Bij risicoverhogende omstandigheden, zoals bij elektrocutiegevaar mogen alleen lampen van klasse III (veilige spanning) gebruikt worden. Bij gevaar voor een explosieve atmosfeer moet voor verlichting en apparatuur uit de juiste Ex-veiligheidsklasse worden gekozen.
- Artikel 3.2 lid 1 Arbobesluit inzake Algemene vereisten

