Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!
Achtergrondinformatie

Afval eikenprocessierups accepteren

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Bij de bestrijding van de eikenprocessierups - afgekort met epr - komt afval vrij dat zorgvuldig moet worden verwerkt. Het afval bestaat uit spinselnesten, rupsresten en brandharen. De brandharen veroorzaken bij contact met mensen (en dieren) irritaties en ontstekingen van de huid, ogen en luchtwegen (lepidopterisme). Belangrijk is dat elk contact met de brandharen van de rupsen (en de rupsen zelf) wordt vermeden. Brandharen worden tot een afstand van 500 meter door de wind verspreid. Bovendien blijft de irriterende werking van de brandharen lang bestaan, tot zo'n 8 jaar na vrijkomen in het betreffende rupsjaar. Daarom moet het afval zodanig worden verwerkt dat brandharen zich niet in de omgeving verspreiden.

Er zijn beproefde bestrijdingsmethoden van de nesten en de rupsen ontwikkeld. Bij het bespuiten met bestrijdingsmiddelen of het branden van nesten blijven de rupsrestanten ter plaatse achter en ontstaan geen afvalstromen. Bij andere bestrijdingsmethoden ontstaat wel een afvalstroom, te weten:

1. Storten van afvalstroom met Euralcode 20 02 01

(stedelijk afval/tuin- en plantsoenafval, inclusief afval van begraafplaatsen / biologisch afbreekbaar afval)

Dit is afval van natte restanten die ontstaan door wegzuigen van nesten en rupsen en opvangen in een (gier)tank met water. Het waterige mengsel met rupsrestanten, spinselnesten en brandharen heeft zo'n lage calorische waarde dat het niet kan worden verbrand. Het is onbekend of de brandharen hun irriterende eigenschappen verliezen door of vergisten.

Deze afvalstroom wordt óf gestort buiten een reguliere stortplaats met ontheffing van het stortverbod óf op een reguliere stortlocatie met vergunning waarin expliciet is opgenomen dat het stortverbod niet voor deze afvalstroom geldt. Bovendien moet jaarlijks voor het begin van het epr-seizoen bij Gedeputeerde Staten een algemene toestemming worden gevraagd voor het accepteren van alle voorkomende aanbiedingen van afval in die periode. Bij het storten wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • Gebruik zoveel mogelijk een stortlocatie binnen een bestaande inrichting, waar storten is toegestaan.
  • Het in de bodem brengen van rupsrestanten is niet toegestaan in een grondwaterbeschermingsgebied.
  • Maak een kuil (diepte 1,5 tot 2 m) op een voor publiek niet toegankelijke plaats, bij voorkeur in een zandige bodem.
  • De bodem van de kuil moet boven het niveau van het grondwater liggen.
  • De kuil mag tijdens de werkzaamheden en gedurende een periode van zes tot acht jaar daarna niet toegankelijk zijn voor onbevoegden.
  • Dek de kuil tussentijds af.
  • Dek de kuil na het seizoen af met een laag grond van minimaal 50 cm.
  • Leg de locatie van de kuil zodanig vast in een systeem dat deze ook na acht jaar is terug te vinden.

2. Verbranden van afvalstroom met Euralcode 20 02 03

(stedelijk afval/tuin- en plantsoenafval, inclusief afval van begraafplaatsen / overig niet-biologisch afbreekbaar afval

Dit is afval met droge restanten van nesten en rupsen die worden opgezogen met een aangepaste industriële stofzuiger en worden opgevangen in (plastic)  stofzuigerzakken. Dezelfde afvalstroom ontstaat bij handmatig verwijderen en opgevangen in plastic zakken, waarbij de nesten al dan niet vooraf met afbreekbare lijm op basis van zetmeel worden bespoten. De verpakking moet zodanig zijn dat er geen brandharen kunnen vrijkomen bij acceptatie en de verdere (overslag) handelingen tot in de verbrandingsoven.

Het beste worden de stofzuigerzakken resp. de plastic zakken verzameld in een hermetisch af te sluiten kunststof container. Op het etiket van de container moet naast de Euralcode de aanduiding irriterend zijn aangebracht. De container inclusief inhoud moet gescheiden van het andere afval direct en onbeschadigd in de oven van een afvalenergiecentrale (AEC, voorheen AVI) worden gebracht.

3. Storten van afvalstroom met Euralcode 19 01 02

(afval van de verbranding of pyrolyse van afval / niet vallend onder bodemas en slakken die gevaarlijke stoffen bevatten)

Dit is afval met asresten die ontstaan door zuigen van nesten en rupsen met een aangepaste industriële stofzuiger en opvangen ervan in de voorkamer van een mobiele verbrandingsinstallatie. Daar worden de rupsen direct batchgewijs in een infrarood verhitte oven verast. In de asresten zijn geen irriterende brandharen meer aanwezig. De asresten moeten vervolgens worden afgegeven aan een reguliere stortplaats. Gezien het gehalte aan zware metalen is het niet mogelijk ze op een andere wijze toe te passen.

Meer informatie

Registratie en archivering

wat wie waar hoelang
       
randomness