Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!
In ontwikkeling

Verbieden alleenwerk

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Maatregel naar plaats in de Arbeidshygiënische Strategie: 
Organisatorische maatregelen
Beschrijving van de maatregel 

Een werkgever wijst werkzaamheden aan waarin nooit alleen gewerkt mag worden zonder de aanwezigheid van een collega in de nabijheid. In de volgende situaties wordt in de afvalbranche nooit alleen gewerkt (bepaling Arbowet of Arbobesluit):

  • individuele ongeschiktheid, al dan niet tijdelijk, op grond van een besluit van de bedrijfsarts (art. 14 lid 1 sub b Arbowet)
  • indien werknemers onvoldoende opleiding of onderricht hebben ontvangen over of onvoldoende deskundigheid hebben onder andere bij:
    • blootstelling aan psychosociale arbeidsbelasting (2.15 lid 2 Arbobesluit)
    • blootstelling aan gevaarlijke stoffen (art. 4.10d Arbobesluit)
    • blootstelling aan asbest van risicoklasse 1 (art. 4.45b Arbobesluit)
    • blootstelling aan biologische agentia (art. 4.102 Arbobesluit)
    • blootstelling aan fysieke belasting waaronder het handmatig hanteren van lasten (art. 5.5 Arbobesluit)
    • werkzaamheden met een beeldscherm (art. 8 Arbowet)
    • blootstelling aan lawaai (artt. 6.11 en 6.8 lid 2 sub d Arbobesluit)
    • blootstelling aan mechanische trillingen (artt. 6.11d en 6.11c lid 1 onder f Arbobesluit)
    • blootstelling aan elektromagnetische velden (art. 6.12m Arbobesluit)
    • het gebruik van arbeidsmiddelen met een specifiek gevaar voor de veiligheid van de werknemer (art. 7.6 lid 1 Arbobesluit)
    • het ombouwen, onderhouden, repareren of reinigen van arbeidsmiddelen (art. 7.6 lid 2 Arbobesluit)
  • werkzaamheden door werknemers tot 18 jaar oftewel jeugdige werknemers (waaronder artt. 3.46, 4.105, 4.107, 6.27 en 7.39 Arbobesluit), tenzij:
    • de werkzaamheden in de risico-inventarisatie en -evaluatie zijn beschreven volgens art. 1.36 Arbobesluit,
      en tevens
    • de inhoud en de mate van toezicht is beoordeeld in de risico-inventarisatie en -evaluatie op grond van art. 1.37 lid 1 Arbobesluit,
      en tevens
    • met het organiseren van deskundig toezicht de gevaren van het werk worden weggenomen of voorkomen zoals bepaald in art. 1.37 lid 2 Arbobesluit
  • werkzaamheden waarbij gevaar op instorting bestaat zoals graven of werkzaamheden waarbij de werknemer gevaar loopt om bedolven te raken, ondanks getroffen voorzorgsmaatregelen om dit gevaar te voorkomen (art. 3.3 lid 2 Arbobesluit)
  • werkzaamheden in een ruimte waarin een elektrische hoogspanningsinstallatie bevindt waarvan de delen niet of onvoldoende zijn beschermd tegen directe of indirecte aanraking dan wel te dichte nadering (art. 3.5 lid 2 Arbobesluit)
  • werkzaamheden in besloten ruimten – met gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie (art. 3.5g lid 4 Arbobesluit);
  • duikarbeid (art. 6.16 Arbobesluit)
  • caissonarbeid (art. 6.19 Arbobesluit)
  • hijsen en heffen van niet-geleide lasten (art. 7.18a lid 9 Arbobesluit)
  • toegangs- en positioneringstechnieken (art. 7.23c lid 1 sub f Arbobesluit)
  • werkzaamheden met onafhankelijke adembescherming
  • werkzaamheden op hoogte waarbij het gebruik van persoonlijke valbeveiliging nodig is
  • werkzaamheden zoals opgenomen in de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf
Beoogd effect 

Doel van deze organisatorische maatregel is dat in situaties met kans op gevaar wordt voorkomen dat een werknemer alleen werkt.

Wet- en regelgeving 
  • Artikel 3 lid 1 onder a Arbowet inzake Arbobeleid (paraplu voor de op deze pagina vermelde artikelen uit het Arbobesluit)
  • Artikel 1.36 Arbobesluit inzake Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie indien jeugdigen in het bedrijf werkzaam zijn
  • Artikel 1.37 Arbobesluit inzake Deskundig toezicht op jeugdigen
randomness