Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Verbieden alleenwerk op milieustraat

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Maatregel naar plaats in de Arbeidshygiënische Strategie: 
Organisatorische maatregelen
Beschrijving van de maatregel 

Het is wettelijk verboden alleenwerk te laten doen door jongeren tot 18 jaar en door werknemers die onvoldoende zijn opgeleid om alleenwerk te verrichten. Dit betekent dat ondermeer stagiairs, flexwerkers en uitzendkrachten voldoende op de opgedragen werkzaamheden moeten worden ingeleerd, voordat zij de werkzaamheden geheel zelfstandig mogen uitvoeren.

De arbeidsplaats en werkmethoden moeten zijn aangepast op personen met een structurele functionele beperking; in voorkomende gevallen mag de werkgever alleenwerk verbieden op individuele gronden zoals een functionele beperking.

De bedrijfsarts heeft de bevoegdheid om een werknemer, al dan niet tijdelijk, ongeschikt te verklaren voor het verrichten van arbeid in een alleenwerk situatie. Verder is alleenwerk verboden bij bepaalde aandoeningen, verschillende ziekten of het gebruik van specifieke medicijnen, bijvoorbeeld middelen met de gele waarschuwingssticker 'Dit geneesmiddel kan het reactievermogen verminderen.'. Deze geneesmiddelen veroorzaken sufheid, duizeligheid, verminderd gezichtsvermogen en verlengen de reactietijd.

In de volgende situaties wordt op de milieustraat nooit alleen gewerkt:

  • bij individuele ongeschiktheid, al dan niet tijdelijk, zoals de bedrijfsarts besluit op grond van een aandoening, ziekte of medicijngebruik
  • bij werkzaamheden in besloten ruimten
  • indien direct toezicht van de acceptant op aangeboden KCA/KGA door de burger niet mogelijk is
  • bij verwerken van gevaarlijke stoffen zoals KCA/KGA
  • indien de medewerker onvoldoende zicht heeft op het verkeer in de omgeving van de werkplek en/of andere onoverzichtelijke verkeerssituaties
  • bij daadwerkelijk te verwachten agressie
  • indien het bedrijf niet beschikt over een adequate interne werkinstructie en procedures voor alleen werken
  • indien het niet mogelijk is tijdens het alleen werken met vaste intervallen van maximaal 2 uur in contact te zijn met een aangewezen collega en/of een leidinggevende
  • indien geen adequate persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn
  • indien het dragen van onafhankelijke adembescherming noodzakelijk is
  • bij weeralarm en andere extreme weersomstandigheden waaronder onweer, extreem zware windstoten en extreem gladde wegen, die gevaar opleveren voor de medewerker
  • bij het gebruik van gevaarlijke arbeidsmiddelen, zoals een motorkettingzaag of haakse slijper
  • nabij aandrijvingen, bewegende of draaiende machines die in bedrijf zijn
  • in overige situaties die in de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf zijn opgenomen
Beoogd effect 

Deze organisatorische maatregel beschermt werknemers die onvoldoende kennis, ervaring of vaardigheden hebben, tegen de gevolgen van gevaren bij alleenwerk.

Meer informatie 
Wet- en regelgeving 
  • Artikel 3 lid 1 onder a Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 4 Arbowet inzake Aanpassing arbeidsplaats werknemer met structurele functionele beperking
  • Artikel 8 lid 2 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 1.37 Arbobesluit inzake Deskundig toezicht
  • Artikel 4,6 inzake Voorkomen van ongewilde gebeurtenissen
  • Artikel 4.7 lid 3 sub e inzake Maatregelen bij ongewilde gebeurtenissen