Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Meten gasconcentratie en damp-gas-luchtmengsel

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Maatregel naar plaats in de Arbeidshygiënische Strategie: 
Organisatorische maatregelen
Beschrijving van de maatregel 

Op de arbeidsplaats kunnen gevaarlijke stoffen aanwezig zijn die een gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie vormen. Als dit gevaar zich kan voordoen, dan dient het bedrijf maatregelen te nemen. Het gevaar en de maatregelen worden vastgelegd in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) van het bedrijf, een VGM-plan of een project-RI&E, werkvergunning of taak-risico-analyse (TRA); zie hiervoor de maatregel Beschrijven besloten ruimte en maatregelen in RI&E. Het gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie komt ondermeer voor in riolen, gemalen, bunkers en andere ruimten in de afvalbranche; zie de gevaren en kenmerken van besloten ruimten. De maatregelen bij Brand- en Explosiegevaar zijn elders in de arbocatalogus uitvoerig beschreven.

Voordat een arbeidsplaats (ruimte) wordt betreden, waarvan kan worden vermoed dat één van deze gevaren aanwezig is, dient gecontroleerd te worden of de atmosfeer in de ruimte veilig is. De controle gebeurt door het onderzoeken van de samenstelling van de atmosfeer. Hiertoe worden met een voor het doel geschikt meetinstrument de concentratie gassen vastgesteld, waarvan wordt vermoed dat deze aanwezig kunnen zijn. Doorgaans hoeft in een rioolsysteem voor huishoudelijk afvalwater alleen te worden vastgesteld dat de explosiegrens van methaan, de zuurstofconcentratie en de concentratie zwavelwaterstof aan de normen voldoen.

Vrijgavemeting

Er moet een vrijgavemeting worden uitgevoerd met een gasmeetinstrument, waarvan de exacte, gestabiliseerde meetwaarde buiten de betreffende ruimte afleesbaar is. Op de volgende punten moet gecontroleerd moeten worden, voordat een besloten ruimte mag worden betreden:

  • De zuurstofconcentratie ligt tussen 19 vol.% en 21 vol.%. Een te lage concentratie zuurstof is namelijk verstikkend en een hogere concentratie dan 21 vol.% zorgt voor een verhoogd brandgevaar.
  • De concentratie van brandbare gassen en dampen in de ruimte is niet hoger dan 10 % van de onderste explosiegrens (max. 10 % LEL bij een zuurstofgehalte van 21 vol.%), bijvoorbeeld:
    • in een riool: explosiegrenzen CH4 = 4,4 vol.% LEL en 16,0 vol.% UEL. 10% van de onderste explosiegrens is dus 0,44 vol.% ofwel 4400 ppm.
  • De concentratie van gassen, dampen of stof mag niet hoger zijn dan de wettelijke grenswaarde, de maximaal toegestane concentratie van een gevaarlijke stof. De te meten gassen en dampen zijn afhankelijk van de soort besloten ruimte, bijvoorbeeld:
    • zwavelwaterstof (waterstofsulfide) in een riool: H2S maximaal 1,6 ppm TGG-8u of 3,2 ppm TGG-15min
    • ammoniak in een ruimte met meststoffen: NH3 maximaal 20 ppm TGG-8u of 51 ppm TGG-15min
    • koolmonoxide in een ruimte waarin zich verbrandingsgassen kunnen bevinden: CO maximaal 20 ppm TGG-8u of 100 ppm TGG-15min

In de ruimte dient de atmosfeer op drie hoogtes gemeten te worden: bovenin, halverwege en beneden. Dit omdat er gassen zijn die zwaarder en lichter zijn dan lucht. Alle meetresultaten dienen schriftelijk vastgelegd te worden en op de werkplek beschikbaar te zijn, bijvoorbeeld op een werkvergunning of registratiekaart. Een Deskundig persoon zorgt voor de vastlegging van de meetresultaten. Andere termen voor Deskundig persoon zijn in de praktijk: Gasmeetbevoegd persoon, Vakbekwaam persoon en Geïnstrueerd persoon.

Deskundig persoon

De gasmetingen en de beoordeling van de meetresultaten worden door een Deskundig persoon uitgevoerd. Deze Deskundige persoon heeft bijvoorbeeld de opleiding Veilig Werken In Riolen of een andersoortige aantoonbare instructie gehad. Een Deskundig persoon moet in staat zijn om de gasmeter juist te bedienen, de meetwaarden te beoordelen en de juiste maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn bij een afwijking van de reeds genoemde voorwaarden van een veilige atmosfeer, in elk geval als het zuurstofgehalte beneden de normaalwaarde 20,9 vol.% is. Bij werkzaamheden zijn zowel de betreder van de besloten ruimte als de mangatwacht | veiligheidswacht | zonewacht, Deskundig persoon.

Herhalingsmetingen

Er moeten altijd periodiek herhalingsmetingen worden uitgevoerd door de mangatwacht | veiligheidswacht | zonewacht. De herhalingsmetingen worden op dezelfde punten gecontroleerd en geregistreerd als de vrijgavemeting. Daarnaast is het gebruik van waarschuwingsapparatuur belangrijk om continu te meten op een veilige atmosfeer, wanneer niet kan worden uitgesloten dat er geen gevaarlijke gassen of dampen kunnen ontstaan of de ruimte kunnen instromen. 

Noodprocedure

De noodprocedure en –middelen zijn afgestemd op het gevaar dat aanwezig is of kan ontstaan in de (besloten) ruimte. In de noodprocedure zijn de taken van alle betrokken functionarissen opgenomen, evenals de noodmiddelen die in en buiten de besloten ruimte aanwezig moeten zijn. Een scenariobeschrijving gebaseerd op de restrisico’s is onderdeel van de noodprocedure.

Bij levensbedreigende calamiteiten wordt direct 112 gebeld. Daarna wordt contact opgenomen met het kantoor van de werkgever en de deskundige binnen de organisatie, bijvoorbeeld de veiligheidskundige dan wel de BHV-organisatie. Als laatste wordt ook de opdrachtgever direct verwittigd. Nadere informatie over de noodprocedure is opgenomen in de maatregel Organiseren van bedrijfshulpverlening bij rioleringsbeheer.

Kalibreren van apparatuur

Om er zeker van te zijn dat de gebruikte meetapparatuur de juiste waarde aangeeft, is het noodzakelijk dat deze periodiek gekalibreerd wordt. De kalibratie moet uitgevoerd worden conform de voorschriften van de fabrikant. De frequentie (dit is de tijd tussen iedere kalibratie) moet ook uitgevoerd worden conform de voorschriften van de fabrikant. In de praktijk betekent dit dat jaarlijks of iedere 6 maanden opnieuw een kalibratie moet worden uitgevoerd. Op de meetapparatuur dient te kunnen worden afgelezen waarop de eerstvolgende kalibratiedatum is.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Bij rioleringsbeheer zijn de te gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen in belangrijke mate van voorgaande metingen afhankelijk.

Beoogd effect 

Borgen dat een besloten ruimte slechts wordt betreden als de atmosfeer veilig is en de ruimte tijdens het werk onmiddellijk verlaten wordt als de atmosfeer niet meer veilig is. Dit is een organisatorische maatregel.

Meer informatie