Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Organiseren bedrijfshulpverlening

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Maatregel naar plaats in de Arbeidshygiënische Strategie: 
Organisatorische maatregelen
Beschrijving van de maatregel 

Niet goed georganiseerde bedrijfshulpverlening kan onder meer leiden tot het niet of niet op tijd redden van de medewerker(s) die betrokken is/zijn bij een ongeval of incident. Het landelijke alarmnummer 112 is vanzelfsprekend bekend bij de betrokken medewerkers.
Er zal altijd worden gestreefd naar de aanwezigheid van een bedrijfshulpverlener (bhv-er) in de directe omgeving van de werkzaamheden. Indien dit om praktische redenen niet mogelijk is, zal het bedrijf de hulpverlening zo organiseren dat deze binnen redelijke tijd kan worden geboden.

Wettelijke taken

De bedrijfshulpverlening dient in elk geval de volgende wettelijke taken te verrichten:

  • het verlenen van eerste hulp bij ongevallen (EHBO)
  • het beperken van de gevolgen van ongevallen
  • het beperken en het bestrijden van brand
  • het alarmeren en evacueren van de personen op de locatie in noodsituaties

Zodra de externe hulpverleningsinstanties - ambulance, brandweer, politie en dergelijke - ter plekke zijn, werken de bedrijfshulpverleners samen met deze instanties. Volgens de wet moet de organisatie van de bedrijfshulpverleners zo zijn ingericht dat zij bovengenoemde taken naar behoren kunnen vervullen. Bovendien moeten de opleiding en de uitrusting van de bhv-ers op de taken in het bedrijf zijn afgestemd. Een nadere specificatie voor ‘de opleiding’ en ‘de uitrusting’ geeft de wet niet meer sinds 2007. Tot aan de wetwijziging was de bhv-er verplicht ten minste één maal per twee jaar op herhalingscursus te gaan. Ook waren er normen voor het aantal bhv-ers in het bedrijf. Nu geldt dat het aantal bhv-ers zodanig is dat de uitvoering van de wettelijke taken op het gebied bedrijfshulpverlening onder alle omstandigheden wordt gewaarborgd. 

Concreet moet het bedrijf de volgende aspecten van  bedrijfshulpverlening organiseren:

  • afstemmen op de risico-inventarisatie en -evaluatie
  • rekening houden met mogelijke scenario's voor afwijkingen in bedrijfsprocessen, blootstelling aan de gevaren tijdens het werk, persoonlijke ongevallen, gevaren voor brand en explosie en dergelijke
  • organiseren zodat adequaat taakvervulling onder alle omstandigheden is gewaarborgd met het aantal bhv-ers, de bereikbaarheid, de beschikbaarheid, de uitrusting, de opleiding en de geoefendheid
  • schriftelijk vastleggen in een bhv-plan
  • op begrijpelijke wijze bekend maken aan de werknemers

Bijzondere aandacht verdienen bijvoorbeeld het redden van een medewerker uit een besloten ruimte, de hulpverlening aan een alleenwerker en de hulpverlening buiten bedrijfsuren.

Rioleringsbeheer

Zie Organiseren bedrijfshulpverlening rioleringsbeheer

Besloten ruimten

Zie Treffen voorzorgsmaatregelen besloten ruimte

Op de weg

Bij de afvalinzameling en rioleringsbeheer verrichten werknemers werkzaamheden op locatie en zijn dan meestal met een voertuig buiten het bedrijfsterrein. Er moet worden vastgelegd welke middelen beschikbaar zijn voor de alarmering van hulpverleners en het bedrijf, de bestrijding van een voertuigbrand en het verlenen van hulp bij verkeersongevallen.

Bij een incident of calamiteit dienen de medewerkers de mogelijkheid te hebben om hulp zo spoedig mogelijk in te roepen. Hiervoor kan een vaste of mobiele telefoon worden gebruikt of een persoonlijk alarmeringssysteem.

Brandveilig gebruik

De voorschriften voor brandveilig gebruik uit het Besluit brandveilig
gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit) zijn verplaatst naar en opgenomen in de hoofdstukken 6 en 7 van het Bouwbesluit 2012. Het gebruik van alle gebouwen moet aan die voorschriften voldoen, ook als er geen omgevingsvergunning brandveilig gebruik of gebruiksmelding nodig is. De gebouweigenaar en/of gebruiker is zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan deze voorschriften. De eisen uit het Bouwbesluit 2012 hebben rechtstreekse werking. Dat betekent dat daaraan bij het gebruik van het bouwwerk moet worden voldaan zonder dat de gemeente of brandweer daar eerst op moet wijzen. Daarnaast zijn eventuele aanvullende voorschriften voor brandveilig gebruik van een gebouw opgenomen in de omgevingsvergunning.

Brandbestrijding

Vanwege het brandgevaar bij enkele bedrijven in de afvalbranche beschikken deze over een eigen bedrijfsbrandweer. Meestal geldt de '15-minutenregeling': de bedrijfsbrandweer begint met blussen en verzorgt de eerste opvang; de gemeentelijke of regionale brandweer hoort er binnen vijftien minuten te zijn. Soms wordt afgesproken dat de gemeentelijke brandweer pas komt als de bevelvoerder ter plaatse 'middelbrand geeft', het sein dat de brand niet met een tankautospuit te bedwingen is. Zodra de reguliere brandweer arriveert, neemt deze het commando over.

In geval van een incident moet de verantwoordelijke onmiddellijk de daartoe aangewezen instanties inlichten. Naast de directe hulpverlening moet een onderzoek worden gestart naar de oorzaken van het incident door alle gegevens over bijzonderheden en omstandigheden, die bijdragen tot een juist inzicht in de toedracht van het incident, te verzamelen en te noteren, opdat ze aan de bevoegde onderzoeksinstantie kunnen worden overgedragen.

 

h e t   l a n d e l i j k   a l a r m n u m m e r   i s   1 1 2

Beoogd effect 

Bedrijfshulpverlening is een organisatorische maatregel die tot doel heeft om in geval van een incident zoals ongeval, brand of ander incident adequaat op te treden.

Meer informatie 
  • ISZW Basisinspectiemodule Bedrijfshulverlening (versie 2014)
  • Het verdient aanbeveling om in een werkoverleg, het VGM-overleg of een toolbox meeting aandacht te besteden aan het omgaan met kleine blusmiddelen en het toepassen van EHBO-middelen.
  • Aan de bedrijfshulpverlening bij risico op een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen worden extra wettelijke eisen gesteld waaronder een intern noodplan dat voorbereidt op noodsituaties en is gebaseerd op een aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie. Het intern noodplan moet minimaal eenmaal per drie jaar opnieuw worden bezien en zo nodig worden herzien op basis van oefening, beproeving en evaluatie. Herziening van het intern noodplan is ook noodzakelijk bij een verandering van technische of organisatorische aard in de toegepaste werkmethode of productieproces als dit belangrijke gevolgen kan hebben voor het risico op een zwaar ongeval.
  • Informatie van de Rijksoverheid over de voortdurende geldigheid van een afgegeven gebruiksvergunning Infoblad omgevingsvergunning en -melding brandveilig gebruik Bouwbesluit 2012
  • Zie ook Opstellen bhv-plan
  • Zie ook Treffen voorzieningen voor bedrijfshulpverlening
  • Zie ook Geven werkinstructie
Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 15 Arbowet inzake Bedrijfshulpverlening 

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 2 van Hoofdstuk 2 Arbobesluit inzake Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en –evaluatie ter voorkoming en beperking van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen
  • Paragraaf 3 van Hoofdstuk 3 Arbobesluit inzake Voorzieningen in noodsituaties
  • Artikel 8.10 Arboregeling inzake Soorten borden
  • Bijlage XVIII van art. 8.10 Arboregeling inzake Reddingsborden

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Hoofdstuk 6 en 7 van Bouwbesluit 2012
  • AI-blad nr. 10 Bedrijfshulpverlening
  • Norm NEN 8112:2017 nl - Bedrijfsnoodorganisatie en bedrijfshulpverlening